Posts tonen met het label Bijbelstudie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bijbelstudie. Alle posts tonen

25 september 2026

Is Spreuken 14:1 een moederschapstekst?

 Ik dacht altijd dat Spreuken 14:1 een typische moederschapstekst was.

“Wijze vrouwen bouwen hun huis op, maar een die zeer dwaas is, breekt het met haar handen af.”
Spreuken 14:1

Dus: een wijze vrouw bouwt aan haar gezin, zorgt goed voor haar man en kinderen en maakt van haar huis een veilige plek. 

😎 Blijkt het helemaal geen moederschapstekst te zijn. 

Tenminste: niet in de eerste plaats. 

Er staat inderdaad wel vrouw. Maar er staat niet moeders. Ook niet getrouwde vrouwen. En “haar huis” hoeft in de Bijbel ook niet alleen haar man, kinderen en vier muren te betekenen. Kijk bijvoorbeeld eens naar Ruth 4:11. Daar zeggen de oudsten over Rachel en Lea: “die beiden het huis van Israël gebouwd hebben.”

Dat betekent natuurlijk niet dat Rachel en Lea samen een huis hebben staan metselen. Ze bouwden aan Israël. Aan familie, nageslacht en toekomst. Aan iets wat veel groter was dan hun eigen huishouden. Maar er is nog iets. En dat vond ik eigenlijk het leukst om te ontdekken.

Wijsheid is een vrouw

In Spreuken wordt Wijsheid zelf voorgesteld als een vrouw. Ze roept op straat: “De opperste Wijsheid roept luid op straat.” (Spreuken 1:20) In Spreuken 8 krijgt ze opnieuw uitgebreid het woord en roept ze mensen op om naar haar te luisteren.

In Spreuken 9 staat: “De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd.” (Spreuken 9:1) Heeej, dacht ik… daar hebben we weer een vrouw die een huis bouwt. Even verderop verschijnt haar tegenbeeld: “Vrouwe Dwaasheid is onrustig.” (Spreuken 9:13)

Door Spreuken heen worden Wijsheid en Dwaasheid dus als twee vrouwen tegenover elkaar gezet. De een bouwt op, de ander breekt af. Nu ik dit zie voelt Spreuken 14:1 voor mij veel minder als een losse moederschapstekst. Het lijkt meer aan te sluiten bij een groter thema dat door het hele boek heen loopt: Wijsheid bouwt. Dwaasheid breekt af.

Leren bouwen in plaats van afbreken

Dat betekent natuurlijk niet dat iedere wijze vrouw die we in Spreuken tegenkomen ineens “Vrouwe Wijsheid” zelf is. Ik zie het meer zo: Wijsheid wordt in het boek als vrouw voorgesteld, en mensen die naar die wijsheid luisteren, gaan zelf ook wijs leven. Ze leren bouwen in plaats van afbreken.


Hoe ziet die wijsheid er dan uit?

Aan het einde van het boek kom ik alweer een vrouw tegen. Dit keer wel heel concreet een vrouw met een man en een gezin. En wat staat er over haar? “Haar mond opent zij met wijsheid, en de Torah van chesed is op haar tong.” Spreuken 31:26

torah = onderricht, onderwijs, aanwijzing, instructie — niet alleen “wet”.
chesed = liefdevolle trouw, goedertierenheid, genadevolle goedheid, loyale liefde.

“Zij doet haar mond open met wijsheid,” betekent dat niet alleen dat deze vrouw verstandige dingen zegt. Haar woorden komen voort uit inzicht en onderscheidingsvermogen. Ze weet wat ze zegt, wanneer ze spreekt en hoe ze iets onder woorden brengt.

Best hooggegrepen. Ik linkte het aan de brief van Jakobus. Dat hij zegt: “Wie is wijs en verstandig onder u? Laat hij uit zijn goede levenswandel zijn werken laten zien.” Jakobus 3:13 

Dus toch voor moeders?

Natuurlijk kun je Spreuken 14:1 op moederschap toepassen. Een moeder kan met haar woorden en keuzes bouwen aan haar gezin. Of afbreken. Maar een vader trouwens ook. Iemand zonder partner of kinderen ook. Een gemeentelid ook. 

De tegenstelling die "Spreuken" in zijn geheel maakt is gewoon veel groter. Wijsheid tegenover Dwaasheid.

En als ik dan naar mezelf kijk?

Dan zie ik ups en downs. Momenten waarop ik denk: ja, dit was wijs en goed. Maar ook momenten waarop ik achteraf denk: ik had het zo anders moeten doen. En soms weet ik het gewoon niet. Wat bouwt op? Wat breekt af? Welke keuze is nu goed?

Is dat erg?

Ik denk het niet. Het is echt niet hopeloos. 

Als ik die wijsheid niet heb, hoef ik geen “wijze vrouw” te spelen maar ermee naar God gaan. “En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God.” Jakobus 1:5 ... en Die, zegt Jakobus erbij, overvloedig geeft en geen verwijten maakt.

💞 Heer, geef mij wijsheid om te bouwen en niet af te breken.

__

P.S. Ik bedoel niet dat je Spreuken 14:1 níét op huwelijk, gezin of moederschap mag toepassen. 😄 Ook binnen de Joodse uitleg wordt deze tekst namelijk verschillend gelezen.

Rashi (1040–1105), een van de bekendste Joodse Bijbeluitleggers, las hem ook een soort van letterlijk. Hij dacht bij de wijze vrouw aan de vrouw van On ben Pelet, die haar man ervan weerhield met Korach mee te gaan, en bij de dwaze vrouw aan Korachs vrouw, die haar man juist verder de verkeerde kant op duwde. Bij hem gaat het dus duidelijk ook over wat een vrouw binnen haar huwelijk kan opbouwen of afbreken.

Malbim (1809–1879), een invloedrijke Joodse Bijbeluitlegger, legt een andere nadruk. Hij schreef: “The author depicts Chachmah (wisdom) and folly as two women.” Hij ziet dus net als ik achter het vers de grotere tegenstelling tussen Wijsheid en Dwaasheid die door Spreuken heen loopt. De “wijze vrouwen” verbindt hij met mensen die wijsheid ontvangen en de vreze van de HEERE verstaan. 

Ik vind dat verschil juist mooi. Je kúnt Spreuken 14:1 heel concreet toepassen op een vrouw, haar huwelijk en haar gezin. Maar je hoeft de tekst daar niet toe te beperken.

01 oktober 2025

Waar twee of drie bijeen zijn – wat bedoelde Jezus echt?

Door: LOÏS TVERBERG

Ik kreeg pas een vraag over de woorden van Jezus in Mattheüs 18:20: “Want waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.”

Ik bespreek dit vers ook in Zittend aan de voeten van Jezus


De gebruikelijke uitleg

Veel Bijbelgeleerden lezen dit als een belofte dat Jezus aanwezig is wanneer zijn volgelingen samenkomen om te bidden “in zijn naam”. In mijn boek ben ik uitgegaan van die interpretatie en heb ik geschreven over het belang van samenkomen in gemeenschap.

Maar verschillende lezers wezen me erop dat deze woorden van Jezus direct volgen op zijn onderwijs over iemand die tegen je gezondigd heeft (Matteüs 18:15–20). In dat gedeelte gaat het over het meenemen van “één of twee anderen” als getuigen. Daarom vinden sommigen dat Mattheüs 18:20 uitsluitend gelezen moet worden als een uitspraak over getuigen in een juridische situatie, gebaseerd op Deuteronomium 19:15.

Die redenering klinkt logisch, maar ik ben het er niet mee eens.

Opvallende rabbijnse parallellen

De reden? In het bredere Joodse denken bestaan er uitspraken die sterk lijken op wat Jezus zei.

Bijvoorbeeld:

“Wanneer twee mensen samen zitten en woorden van de Thora tussen hen klinken, rust de Goddelijke Aanwezigheid tussen hen.”
— Misjna Avot 3:3

“Wanneer drie aan één tafel eten en daar de woorden van de Thora spreken, is het alsof zij van de tafel van God hebben gegeten.”
— Misjna Avot 3:4

“Wanneer tien mensen samenkomen om te bidden, rust daar de Shekina.”
— Talmoed Sanhedrin 39

“Wanneer drie als rechters zitten, is de Shekina met hen.”
— Talmoed Berachot 6

Let op dat laatste: Gods aanwezigheid is zelfs bij rechtspraak. De andere uitspraken gaan over studie of gebed, maar in de Joodse wereld lopen die twee vaak door elkaar. Oordelen is immers Schriftstudie: je zoekt hoe de Thora toegepast moet worden.

Hoeveel mensen zijn er nodig voor Gods aanwezigheid?

Er bestaat zelfs een langere rabbijnse bespreking:

Rabbi Halafta ben Dosa (~100 n.Chr.) zei dat God aanwezig is bij tien mannen die de Thora bestuderen… en bij vijf… bij drie… bij twee… en zelfs bij één.
— Misjna Avot 3:4–7

Dit is geen technische theologie, maar een aanmoediging om met anderen samen te komen om te bidden, te studeren en te zoeken naar hoe God wil dat we leven.

De kern in al deze uitspraken is de nabijheid van God wanneer zijn volk samenkomt, in gebed, studie, of zelfs in het nemen van moeilijke beslissingen.

Jezus’ woorden passen daar precies bij.

Hoe dit vers teruggrijpt op de Thora

Er is nog een aanwijzing dat Mattheüs 18:20 breder bedoeld is dan alleen “twee of drie getuigen”.

Jezus lijkt namelijk bewust aan te sluiten bij Exodus 20:24: “Op elke plaats waar Ik mijn naam laat gedenken, zal Ik naar u toe komen en u zegenen.”

Hier belooft God zijn aanwezigheid waar men samenkomt “in zijn naam”. Wanneer Jezus zegt: “Waar twee of drie in míjn naam bijeen zijn…”

... dan echoot Hij deze oude belofte, maar Hij plaatst zijn eigen naam in het centrum. Dat betekent dat Hij niet langer verwijst naar de HEER als derde Persoon buiten Hemzelf maar naar Zichzelf als de Aanwezige.

Dat moet voor Jezus’ oorspronkelijke Joodse toehoorders verbluffend zijn geweest.


Een claim op goddelijke aanwezigheid

De rabbijnen spraken over Gods nabijheid. Jezus sprak over zijn eigen aanwezigheid. Dat is een statement van enorme omvang. In de Joodse context klinkt dit als een impliciete claim van identiteit met de God van Israël. Voor christenen is dit vertrouwd, maar in de eerste eeuw moet dit als een donderslag hebben geklonken. 

In het licht van de rabbijnse parallellen wordt Jezus’ uitspraak zelfs nóg opvallender. Hij zet zichzelf neer als Degene die aanwezig is wanneer zijn volgelingen samenkomen om zijn wil te zoeken.

Nog een voorbeeld van zo’n schokkende claim

In Lukas 6:46–49 vertelt Jezus de gelijkenis van het huis op de rots: Wie zijn woorden hoort en doet, is als iemand die een huis op een rots bouwt. Er bestaat een bijna identieke rabbijnse versie, van Elisha ben Abuyah [2]:

De godvrezende mens bouwt zijn leven op de Thora, zoals op een fundament van steen.
— Avot de Rabbi Natan 24:1–2

Abuyah zegt: bouw je leven op de Thora.
Jezus zegt: bouw je leven op mijn woorden.

Wederom: een enorme claim.

Marcus 1:22 zei het al:

“Hij onderwees als iemand met gezag.”

Wie de rabbijnse parallellen kent, hoort hoe radicaal Jezus sprak.


Conclusie

Jezus’ woorden in Mattheüs 18:20 zijn veel meer dan een opmerking over twee of drie getuigen. Ze passen in een Joods patroon waarin Gods aanwezigheid wordt ervaren wanneer mensen samenkomen om te bidden, te leren en te zoeken naar zijn wil.

Maar Jezus gaat verder dan dat.
Hij plaatst zijn eigen naam op de plaats waar alleen de naam van de HEERE hoort.

En daarmee zegt Hij, op een diep Joodse en tegelijk diep schokkende manier: “Waar jullie samenkomen om Mij te zoeken, daar ben Ík.”

Lees ook:
Vrij vertaald (met toestemming) en vereenvoudigd
© 2025 Aritha. Alle rechten voorbehouden.

(Photo – Caleb Oquendo, Paintings by Carl Schleicher – Wikipedia)