dinsdag 17 maart 2026

Hoe beproef je jezelf als het elke week avondmaal is?

In mijn vorige blog* stond ik stil bij 1 Korinthe 11 en de woorden: “Maar de mens beproeve zichzelf.” Daarna kreeg ik de vraag: “Maar als je elke week avondmaal viert… hoe beproef je jezelf dan?” Want het staat er gewoon: “De mens beproeve zichzelf.”

Ik vond het een goede vraag.
In deze blog neem ik je mee in hoe ik dat zelf ervaar.

Een geopende Bijbel ligt op een houten tafel met twee kleine glazen kaarsjes ernaast.

Voor mij zit dat niet in elke week opnieuw een onderzoek starten. Alsof ik telkens alles moet nalopen. Het zit meer verweven in mijn leven zelf. Er is een stukje uit de Bijbel, dat al heel mijn leven met me meegaat, sinds ik tot geloof gekomen ben: Romeinen 12. Dat is een soort van spiegel in mijn leven geworden. Niet één keer per week, maar elke dag.

Leef ik voor God, of toch weer voor mezelf?

En eerlijk? Juist daarin word ik steeds weer teruggebracht bij genade. Want als ik lees wat daar staat, mijn leven geven als een levend offer, niet meegaan met de wereld, vernieuwd worden in mijn denken... dan merk ik al snel: dat red ik niet uit mezelf. En het gaat nog verder. Liefhebben zonder huichelarij. Het goede zoeken. Volharden. De ander hoger achten dan mezelf. Dat is niet iets wat ik even doe.

En juist daar gebeurt iets. Niet dat ik denk: ik moet beter mijn best doen. Maar dat ik besef: ik heb genade nodig. Steeds weer.

Een weg waarop ik leer: ik red het niet uit mezelf... maar dat hoeft ook niet.
Mijn genade is u genoeg” (2 Korinthe 12:9).
Hij Die in u een goed werk begonnen is, zal het voleindigen” (Filippenzen 1:6).

En juist dat doet iets. Het maakt dat ik Hem meer ga liefhebben. Dat ik dichter bij Hem leef. Dat ik mijn zonden niet verberg, maar ze juist belijd. Ook op dagen dat ik niets voel. Dan zeg ik dat gewoon tegen Hem.

Want Zijn liefde voor mij stopt niet als ik minder ervaar, of als er weken voorbijgaan waarin alles uitzichtloos voelt. Hij blijft dezelfde. Hij houdt mij vast. Ook als ik zelf niet eens goed kan aanwijzen waar het misgaat.

Een Bijbel met een kleurrijke hoes ligt op een bank, met een bladwijzer zichtbaar.

God is voor mij geen verre God, maar een medelijdende Hogepriester... Eén Die weet wat het is om mens te zijn, om zwakheid te dragen. Zoals er staat in Hebreeën 4:15: “Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden…

En juist dat maakt dat ik blijf komen. Tot Hem.

En dan wordt het zondag.

Ik zie het als een moment van oriëntatie... even weer terug naar waar het werkelijk om draait. Niet mijn leven als uitgangspunt, maar Zijn werk.

O ja… Hij. 🍞🍷
Tot Zijn gedachtenis.

Niet: heb ik het goed gedaan?
Maar: Hij heeft het gedaan.

En dat geeft mij kracht. Om weer op te staan. Om opnieuw te leven voor Hem. ✝️

---

💬 Hoe ervaar jij dat eigenlijk... dat “jezelf beproeven”?

❤️ Lees ook mijn vorige blog: Maar de mens beproeve zichzelf


maandag 16 maart 2026

Maar de mens beproeve zichzelf

Vanuit de kerkbank – 1 Korinthe 11:28

“Maar laat de mens zichzelf beproeven…”


Avondmaalsbekers met wijn en brood klaar voor het Heilig Avondmaal in de kerk

Als ik deze tekst vroeger in de kerkbank hoorde, kreeg ik meteen de zenuwen. Het was weer bijna zover. Bijna avondmaal. Eerst kwam de voorbereidingspreek. Daarna volgde de week van voorbereiding.

In die week ging ik naar binnen kijken. Veel naar binnen kijken. Ik las voorbereidingspreken en spiegelde mezelf steeds aan de weg die God met Zijn volk ging. Ik vastte en ging geen leuke dingen doen. Een verjaardag of een zaterdagavond zei ik af.

En ik onderzocht:

  • Ben ik genoeg aan mijn doodstaat ontdekt?
  • Heb ik mijn zonden wel echt beweend?
  • Had ik Hem lief, of dacht ik dat alleen maar?
  • Was wat ik vanbinnen ervoer door de Geest gewerkt, of ging ik er met een gestolen Jezus vandoor?
  • Bedroog ik mezelf?

De voorbereidingsweek was voor mij een week van zoeken. Bijbel lezen. Bidden. Soms een goede tijd, soms een wanhopige tijd. Gelukkig was het maar vier keer per jaar dat ik zo onder hoogspanning leefde. Ik wilde het Heilig Avondmaal niet ontheiligen door eraan deel te nemen met een onvoorbereid of onoprecht hart.

En daar was die zin weer.

De zin waar vroeger een hele week spanning omheen hing.

Die ene zin

Open Bijbel bij 1 Korinthe 11 met de woorden “Maar de mens beproeve zichzelf” over het avondmaal

Vorig jaar rondde ik mijn woordstudie door de twee brieven van Paulus aan de gemeente van Korinthe af. Toen kwam ik die zin dus opnieuw tegen:

Maar laat de mens zichzelf beproeven…” (1 Korinthe 11:28)

Dat riep herinneringen op aan die tijd. Nu kan ik er soms om glimlachen. Maar het doet me ook pijn, omdat ik toen werkelijk dacht dat dit de manier was waarop een mens zichzelf moest beproeven.

Ik lees deze tekst inmiddels anders.
Ik lees hem in zijn context.

Tijdens die bijbelstudie begon ik me af te vragen wanneer christenen eigenlijk zijn begonnen met een voorbereidingsweek. En waarom. Dat ben ik gaan opzoeken.

Wat was er in Korinthe aan de hand?

In het Nieuwe Testament vond ik in ieder geval geen voorbereidingsweek terug. Paulus schrijft wel over zelfonderzoek... dat staat er echt: “Maar laat de mens zichzelf beproeven…” (1 Korinthe 11:28)

Maar als je het hoofdstuk leest, zie je waar het werkelijk over gaat.

In Korinthe ging het er rommelig aan toe. De rijken hadden overvloed, terwijl armen niets hadden. Sommigen aten hun eigen maaltijd alvast op, terwijl anderen niets hadden.* Daarom schrijft Paulus scherp: “Veracht gij de gemeente Gods?” (1 Korinthe 11:22)

Daar zit het probleem.

De oproep tot zelfonderzoek staat dus midden in een concrete situatie. Paulus roept de gemeente op eerlijk naar zichzelf te kijken: Hoe ga je om met je broeder en zuster?

Waar komt de voorbereidingsweek dan vandaan?

De voorbereidingsweek blijkt veel later ontstaan te zijn.

In de tijd van de Reformatie wilden de reformatoren voorkomen dat mensen gedachteloos aan het avondmaal deelnamen. Daarom werd het zelfonderzoek benadrukt.

Ook in de Heidelbergse Catechismus wordt gesproken over zelfonderzoek vóór het avondmaal. Gelovigen worden opgeroepen hun hart te onderzoeken: of zij hun zonden kennen, hun vertrouwen stellen op Christus en verlangen hun leven te beteren (Heidelbergse Catechismus, zondag 30). In deze kerken groeide daaruit later een traditie: een voorbereidingspreek de zondag ervoor, een week van zelfonderzoek en een nabetrachtingspreek na het avondmaal.

Zo ontstond langzaam de voorbereidingsweek.

En nu lees ik het anders

Soms helpt het om een zin die je al jaren kent opnieuw te lezen. Gewoon in zijn context.

In 1 Korinthe 11 staat het zelfonderzoek namelijk niet als voorwaarde om weg te blijven van het avondmaal. Paulus schrijft het juist met het oog op deelname.

Open Bijbel bij 1 Korinthe 11 met oranje markeerstickers bij de verzen over onwaardig eten en drinken bij het avondmaal

Laat de mens zichzelf beproeven... en zo eten van het brood en drinken uit de beker. Het doel van het zelfonderzoek is dus niet om mensen weg te houden van de tafel van de Heere, maar om hen op een eerlijke manier te laten deelnemen.

Nog iets.

Inmiddels leef ik een jaar mee met een gemeente waar elke zondag het avondmaal wordt gevierd. Dat was even wennen. Maar het heeft ook iets eenvoudigs.

Het brood wordt gebroken. De beker gaat rond.

En telkens hoor je opnieuw waar het om gaat: Jezus Christus, en Dien gekruisigd. Tot Zijn gedachtenis. Er wordt wel iets bij gezegd. Als je de Heere Jezus nog niet kent, neem dan niet deel. En als je in onmin leeft met een broeder of zuster, laat het aan je voorbijgaan en praat er eerst over.

Eigenlijk komt dat dicht bij wat Paulus schrijft. Want in Korinthe ging het juist mis tussen broeders en zusters. Daarom stelt Paulus die indringende vraag: “Veracht gij de gemeente Gods?” (1 Korinthe 11:22)


Extra

Studiepunt 1 – “Laat de mens zichzelf beproeven” (1 Korinthe 11:28)

In het Grieks staat: δοκιμαζέτω δὲ ἄνθρωπος ἑαυτόν (dokimazetō de anthrōpos heauton).

Het werkwoord δοκιμάζω (dokimazō) betekent onderzoeken, toetsen, op de proef stellen. Het woord werd ook gebruikt voor het testen van metalen om te zien of ze echt waren.

De vorm δοκιμαζέτω is een gebiedende wijs: laat de mens zichzelf onderzoeken.

Daarna volgt: καὶ οὕτως ἐκ τοῦ ἄρτου ἐσθιέτω…
Letterlijk: en zo (op die manier) laat hij van het brood eten.

De grammatica is opvallend: het zelfonderzoek staat niet als voorwaarde om niet te eten, maar als oproep om zo te eten van het brood en te drinken van de beker.

Studiepunt 2 – “Veracht gij de gemeente Gods?” (1 Korinthe 11:22)

Het Griekse werkwoord is καταφρονέω (kataphroneō). Dat betekent minachten, neerzien op, gering achten.

Vroege christelijke maaltijd in Korinthe: rijke gelovigen eten terwijl anderen later binnenkomen tijdens de liefdesmaaltijd waar Paulus over schrijft in 1 Korinthe 11.

Paulus verwijt de gemeente dat hun gedrag tijdens de maaltijd de gemeente van God veracht. In de eerste christelijke gemeenten werd on Korinthe het avondmaal gevierd "rond" een gezamenlijke maaltijd van de gemeente. Gelovigen brachten eten en wijn mee en aten samen. In Korinthe ging het daar mis: sommige mensen begonnen alvast met hun eigen maaltijd, terwijl anderen later kwamen (slaven etc) die daardoor weinig of niets hadden. Paulus schrijft zelfs dat de één honger had terwijl de ander dronken werd, zie 1 Korinthe 11:21. Daarom spreekt hij de gemeente scherp aan: zij vernederden elkaar en zo werd de eenheid van de gemeente beschadigd.

Dit gedrag staat haaks op Paulus’ oproep om niet het eigen voordeel te zoeken, maar dat van de ander (1 Korinthe 10:24).

Studiepunt 3 – “Het lichaam onderscheiden” (1 Korinthe 11:29)

In vers 29 staat dat iemand die eet en drinkt zonder het lichaam te onderscheiden zichzelf een oordeel eet en drinkt. Het werkwoord διακρίνω (diakrinō) betekent onderscheiden, het verschil zien, iets goed herkennen.

In de context van 1 Korinthe 11 lijkt Paulus niet alleen te doelen op het brood als symbool van Christus’ lichaam, maar ook op de gemeente als lichaam van Christus. Het avondmaal vieren zonder rekening te houden met elkaar betekent dat men het lichaam niet onderscheidt want wie het avondmaal gebruikt terwijl hij zijn broeder of zuster veracht mist de bedoeling van de maaltijd. 

Bronnen

A Greek–English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature (BDAG)
Blue Letter Bible – Griekse tekst van 1 Korinthe 11
Gordon D. Fee, The First Epistle to the Corinthians en andere boeken.

💬 Wat betekent “jezelf beproeven” voor jou in de praktijk?

❤️ Lees ook: Hoe beproef je jezelf als het elke week Avondmaal is

---

⛪📖 PS: Dit jaar ga ik vaker bloggen over dingen die ik ooit in de kerkbank hoorde. Volgende keer: "Hoe is dit, dat u het wildbraad zo haastig hebt gevonden?" 

maandag 9 maart 2026

Christus onder een deksel?

Vanuit de kerkbank – Filippenzen 1:18 

Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze verkondigd, hetzij onder een deksel, hetzij in waarheid; en daarin verblijd ik mij, ja, ik zal mij ook verblijden.

 


Een tekst die ik vaak hoorde

Ik was bezig met een studie in Filippenzen en kwam weer bij dat ene zinnetje uit: Filippenzen 1:18. Een tekst die ik vroeger ontzettend vaak hoorde. Terwijl ik het hoofdstuk opnieuw las, probeerde ik me voor te stellen hoe dat toen geklonken moet hebben.

Lydia luistert in Filippi

Ik zie Lydia voor me, in de samenkomst in Filippi. De brief van Paulus wordt voorgelezen. Iedereen weet dat Paulus gevangen zit. Dan hoort Lydia dat sommige mensen Christus prediken onder een voorwendsel. Dat verbaast haar eigenlijk niet. Ze kent er wel zo één. Iemand die overal bovenop zit. Altijd laten zien dat hij het beter weet. Afgunst. Pure afgunst.

En toch… hij preekt wel Christus.

En dan hoort ze Paulus zeggen:
“Wat dan? Christus wordt verkondigd en daarin verblijd ik mij.”

Hoe ik het vroeger hoorde

Zo heb ik dat vers nooit horen gebruiken.

In mijn omgeving werd Filippenzen 1:18 vaak aangehaald om iemand die moeite had met de prediking, terecht te wijzen. Dan werd gezegd: Paulus verheugde zich wanneer Christus onder een deksel werd gepreekt. Met dat “deksel” bedoelde men: Christus wordt niet voor ogen geschilderd en niet aangeboden. Wees tevreden met wat je hoort. Volg Paulus na.

Ik ben onder dat soort prediking opgegroeid. Er werd wèl verteld hoe een mens tot Christus komt. Maar het gebeurde in de derde persoon.

Niet: “Kom tot Christus.”

Maar zo:
“Dan voelt de mens zich verloren gaan onder de wet. Dan weet hij het niet meer. Dan wordt hij ontdekt aan zijn zonden. Dan leert hij… dan wordt hij…”

Een beschrijving. Steeds weer.


Maar Paulus zegt iets anders

Toen ik Filippenzen opnieuw las, zag ik dat Paulus hier over iets heel anders spreekt.

Het woord "deksel" dat hij gebruikt betekent voorwendsel.* Het gaat over de motieven van de prediker.

In de omgeving van Filippi wordt Christus wél verkondigd... zelfs wanneer sommige mensen dat deden met verkeerde bedoelingen. Maar een evangelie dat alleen beschreven wordt, zonder dat Christus werkelijk wordt verkondigd daar heeft Paulus het hier niet over.

Ik sla mijn Bijbel dicht en blijf even zitten.
Paulus kon zich dus verheugen omdat Christus werd verkondigd, zelfs wanneer sommige predikers dat uit verkeerde motieven deden. Hoe bijzonder. Wat een voorbeeld om op te volgen.

Maar ik vraag me af:
wat zou Paulus zeggen wanneer Christus alleen onder voorwaarden wordt genoemd; wanneer Hij wel beschreven wordt, maar niet werkelijk wordt verkondigd?



* Extra – “onder een deksel” (Filippenzen 1:18)

In Filippenzen 1:18 vertaalt de Statenvertaling het Griekse woord πρόφασις (prophasis) met de uitdrukking “onder een deksel”.


Het woord πρόφασις betekent letterlijk voorwendsel, voorgewende reden of een excuus dat iemand gebruikt om zijn werkelijke bedoeling te verbergen. De oude Nederlandse uitdrukking “onder een deksel” had dezelfde betekenis: iets doen onder een voorwendsel.

De Statenvertalers gebruikten het beeld van een deksel omdat een deksel iets bedekt wat eronder ligt. Het ging dus om een bedekte bedoeling van de spreker. Paulus zegt dat sommigen Christus verkondigen met een verborgen bedoeling (bijvoorbeeld uit jaloezie of rivaliteit), terwijl anderen dat oprecht doen.

---

⛪📖 PS: Dit jaar ga ik vaker bloggen over dingen die ik ooit in de kerkbank hoorde. Dit was een beginnetje. 😉

vrijdag 6 maart 2026

Afspraakje met je telefoon

Als ik mijn telefoon zie liggen, denk ik vaak: zal ik... ja of nee. Maar op dat moment heeft mijn brein het eigenlijk al gekozen. Ik ga voor ja... 

Er is een trucje uit de gedragspsychologie om die cirkel te doorbreken, zodat je nee kunt zeggen.
Het verplaats je beslismoment.
 

Dat is dit: Maak elke nieuwe morgen een afspraakje met je telefoon.

Niet: ik ga minder scrollen.
Maar: ik gebruik mijn telefoon alleen op drie momenten per dag.

Bijvoorbeeld:

  • na het ontbijt
  • halverwege de middag
  • ’s avonds na het eten

Buiten die momenten laat je je telefoon met rust. Je kan het natuurlijk uitbreiden naar meer dan 3 momenten. 

Dit gebeurt er in je hoofd: je brein hoeft niet telkens opnieuw te beslissen. De beslissing is namelijk al genomen. In de gedragswetenschap heet dat een implementation intention: een vooraf vastgelegde regel die automatisch gedrag stuurt.  

Ik las dat er mensen waren die merkten dat de drang serieus na een paar dagen al minder wordt, omdat hun brein leert dat er toch geen beloning komt. 

Maar het beginnetje is wel moeilijk.

😅💪Volhouden! 

---

Als iemand precies weet hoe een Bijbelse vrouw met haar smartphone omgaat, hoor ik het graag. Tot die tijd blijf ik oefenen, struikelen en weer opstaan, en deel ik hier af en toe tips die in elk geval een beetje helpen.

Lees ook mijn blog met tip 1: één vraag voordat je je telefoon opent

dinsdag 3 maart 2026

Heel mijn leven vasten?

Ik kreeg een appje:

De Bruidegom is weggenomen, dus de kerk vast tot Hij terugkomt. Dat staat in Markus 2. Daar ging onze preek over zondag. Van hemelvaart tot wederkomst: een voortdurend vasten.

Ik schrok. 
Want als mijn hele leven vasten is, dan klopt er iets niet.

Havermout op tafel in ochtendlicht – nadenken over vasten in Markus 2

Ik geniet namelijk uitbundig van mijn havermout in de vroege ochtend. En van chips. O ja, en koffie. Van bloemen in de vaas. Van licht dat door het raam valt. Mosjes. Bomen. Lieveheersbeestjes. Mijn man. Mijn kids. Mijn schrijverij. Alles eigenlijk. En midden in dat alledaagse, jubel ik het uit omdat God mijn Vader is en Zijn Geest in mij woont. Ik ontdek zoveel dingen in mijn Bijbel die me verrassen en blij maken. Of stil. Van ontzag.

Maar dat voelt niet als een voortdurend vasten, toch? Betekent Markus 2 echt dat christenen hun hele leven vasten? 

Wat staat er echt in Markus 2?

Ik pakte mijn Bijbel erbij. In Markus 2 staat inderdaad: 

Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelve dagen.” *

Ik zocht verder. Ik checkte het Grieks en de context. Vasten betekent gewoon: niet eten. Voedsel laten staan. [1] Geen verborgen laag. Geen geestelijke metafoor. En dat vasten wordt verbonden aan “die dag(en)” ...  aan het moment van Zijn wegneming. 

Het woord zelf “weggenomen”... in Markus 2 betekent “weggerukt”. Het wijst op de crisis van kruis en graf. Jezus zegt dat zij zullen vasten “in die dag(en)”. En die dagen kwamen ook. De discipelen vluchtten alle kanten op. Petrus verloochende Hem. Maria huilde bij het graf. Ja, daar past vasten bij. En rouw.

Open Bijbel bij Markus 2 – tekst over vasten van de discipelen

Maar daar bleef het niet bij. Jezus stond op. Hij at met hen. Hun verdriet werd vreugde. En met Pinksteren kwam Zijn Geest in hun hart wonen. Dat is geen detail. Dat is de kanteling van het hele verhaal. 

Dat appte ik terug.  

 Je oude natuur doden: dat is voortdurend vasten

Toen appte zij: “Ja, maar het gaat niet om letterlijk niet eten. Het gaat om zelfverloochening. De wereld verzaken. Je oude natuur doden. Dat is het voortdurende vasten.”

😕 Nee, dacht ik. Dat heet heiligmaking. En dat is geen vasten.

Zelfverloochening is bijbels. De oude mens doden ook. Matigheid ook. Maar dat noemt de Schrift geen vasten. Vasten is een concrete daad in een concrete situatie. Het gaat altijd (en alleen) over eten en drinken. Heiligmaking niet. Dat is een levenslange weg in verbondenheid met Christus.

Als je die twee verwisselt, verander je de betekenis van het woord vasten.

Geen permanente vastenstand

Ik liet het verder zo.
Maar stiekem was ik blij.

Meisje in de natuur – vreugde in het gewone leven

Blij dat vreugde gewoon vreugde mag zijn. En dat blijdschap niet gematigd hoeft te worden. Dat ik intens mag genieten van al het moois om me heen. Van het wonder van het gewone, dat eigenlijk zo bijzonder is.

Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest. Want wie Christus in deze dingen dient, is welbehaaglijk voor God en in achting bij de mensen. Romeinen 14

---

PS
Heiligmaking is echt. Maar het is vrucht van leven in Christus en geen voortdurend vasten. Veranderen kost iets. Zonde loslaten gaat niet vanzelf. Steed maar die strijd. Punt is; die strijd voeren we niet vanuit gemis, en ook niet in een sfeer van permanente onthouding en/of matigheid We voeren hem in verbondenheid met een levende Heere. Zijn Geest woont in ons. Hij helpt, corrigeert, draagt en vernieuwt. Heiligmaking is geen sobere discipline, maar groeien in Hem.

👉 Over wat vasten in de Bijbel eigenlijk betekent, schreef ik eerder al in een andere blog.

* SV (Statenvertaling)

[1] νηστεύω (nēsteuō) Betekenis: vasten, zich onthouden van eten. Het komt van νήστις (nēstis) = iemand die niet gegeten heeft. Dus de basisbetekenis is heel concreet: geen voedsel nemen.

dinsdag 24 februari 2026

Eén vraag vóór je je telefoon opent

Wat wilde ik ook alweer doen?

Ik opende een app, klikte ergens op… en een paar minuten later wist ik al niet meer wat mijn plan was.  Ik moest echt diep nadenken om terug te gaan naar wat ik zocht.

In mijn vorige blog schreef ik dat ik vaker iets wil delen over social media en mijn eigen worstelingen. Bij deze. Het gaat over mijn telefoon — en een eenvoudige gewoonte die me helpt mijn aandacht terug te pakken.

Je stapt een ontworpen omgeving binnen

Veel apps die ik dagelijks open, zijn niet neutraal. Ze zijn ontworpen om mijn aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Aandacht heeft economische waarde. Hoe langer ik blijf, hoe meer advertenties ik zie en hoe beter het systeem leert wat mij interesseert. Eindeloos doorscrollen, meldingen en aanbevelingen zijn geen toevallige functies; ze zijn serieus getest op betrokkenheid.

Dat betekent niet dat ik zwak ben (nou ja, wel een beetje), maar het betekent vooral dat het systeem super slim gebouwd is.

Elke keer dat ik mijn telefoon ontgrendel, stap ik een omgeving binnen die geoptimaliseerd is om mij daar te houden.

Een mini pauze om mezelf iets te vragen

Daarom ben ik één eenvoudige gewoonte gaan oefenen. Voordat ik een app open, vraag ik hardop wat ik ga doen. En geef mezelf antwoord.

“Ik beantwoord een bericht.”
“Ik check mijn agenda.”
“Ik zoek iets op Instagram.”

Het klinkt bijna te simpel. Maar door mijn doel uit te spreken, activeer ik de prefrontale cortex. Dat is het deel van je brein dat betrokken is bij plannen en impulscontrole (zie: Erik Master). Met die ene zin haal ik mezelf dus weg uit de automatische piloot. 

En ik ontdek zo vaak ik dat ik eigenlijk geen plan heb als ik mijn telefoon pakte. Ik pak hem gewoon zomaar. 

Klein, maar effectief

Hardop zeggen wat je van plan bent (of het bewust in je hoofd formuleren) is geen detox en ook geen streng systeem. Ik verbied mezelf niets. Ik zorg er alleen voor dat ik begin met een bedoeling.

Eén zin.
Voordat mijn tijd opgeslokt wordt.

Het helpt me.
Niet omdat ik nooit meer ronddwaal.
Maar omdat ik het liever  zelf kies dan dat het mij kiest.


PS. Als iemand precies weet hoe een "Bijbelse vrouw" met haar smartphone omgaat, hoor ik het graag 😉 Tot die tijd blijf ik oefenen, struikelen en weer opstaan. En deel ik gewoon wat mij helpt.

dinsdag 17 februari 2026

40 dagen vasten? Dat trek ik niet.

Is het echt al weer zo ver? Mijn tijdlijn doet enthousiast mee met #40dagentijd. Ik zie het voorbij komen: Geen Instagram. Geen suiker. Geen koffie (o wow). Allemaal om meer ruimte te maken voor Jezus. Dat vind ik mooi. Ik herken dat verlangen

Meer focus op Hem!
Niet zo vast zitten aan het hier en nu.

Telraam met gekleurde kralen en de tekst “40 dagen vasten, dat trek ik niet

Alleen… zodra ik “40 dagen” hoor, zakt de moed me in de schoenen, want ik ken mezelf. Als ik het doe, dan wordt het een schema. Een project. Ergens rond dag 9 ben ik dan vooral trots dat ik dag 9 gehaald heb. En op dag 13 stop ik er mee.

Maar hé...

Ik neem wèl heel het jaar korte pauzes van social media. Soms kondig ik het aan, meestal niet. Gewoon omdat ik ineens denk: meisje, wat zit je weer eindeloos te scrollen?

Online platforms zijn gewoon gemaakt om je te verslinden. Het lijken net monsters.Vandaar mijn minipauzes: één of twee dagen als mijn aandacht wat meer focus kan gebruiken

40 dagen vasten klinkt indrukwekkend.
Dagelijks bijsturen is een stuk minder zichtbaar.
Misschien zijn die 40 dagen daarom populairder dan dagelijkse bekering.

Ik zit meer aan de kant van doseren en gebed:
“Heere, help mij om hier normaal mee om te gaan.”

Helpt zo’n periode jou echt om je meer op God te richten? Dan moet je het vooral doen.

Misschien ga ik wat vaker schrijven over sociale media.
Tips delen.
En mijn eigen struggles.

Vasten? Daar heb ik eigenlijk geen tips voor.

Wel een linkje van vorig jaar 👇