dinsdag 24 februari 2026

Eén vraag vóór je je telefoon opent

Wat wilde ik ook alweer doen?

Ik opende een app, klikte ergens op… en een paar minuten later wist ik al niet meer wat mijn plan was.  Ik moest echt diep nadenken om terug te gaan naar wat ik zocht.

In mijn vorige blog schreef ik dat ik vaker iets wil delen over social media en mijn eigen worstelingen. Bij deze. Het gaat over mijn telefoon — en een eenvoudige gewoonte die me helpt mijn aandacht terug te pakken.

Je stapt een ontworpen omgeving binnen

Veel apps die ik dagelijks open, zijn niet neutraal. Ze zijn ontworpen om mijn aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Aandacht heeft economische waarde. Hoe langer ik blijf, hoe meer advertenties ik zie en hoe beter het systeem leert wat mij interesseert. Eindeloos doorscrollen, meldingen en aanbevelingen zijn geen toevallige functies; ze zijn serieus getest op betrokkenheid.

Dat betekent niet dat ik zwak ben (nou ja, wel een beetje), maar het betekent vooral dat het systeem super slim gebouwd is.

Elke keer dat ik mijn telefoon ontgrendel, stap ik een omgeving binnen die geoptimaliseerd is om mij daar te houden.

Een mini pauze om mezelf iets te vragen

Daarom ben ik één eenvoudige gewoonte gaan oefenen. Voordat ik een app open, vraag ik hardop wat ik ga doen. En geef mezelf antwoord.

“Ik beantwoord een bericht.”
“Ik check mijn agenda.”
“Ik zoek iets op Instagram.”

Het klinkt bijna te simpel. Maar door mijn doel uit te spreken, activeer ik de prefrontale cortex. Dat is het deel van je brein dat betrokken is bij plannen en impulscontrole (zie: Erik Master). Met die ene zin haal ik mezelf dus weg uit de automatische piloot. 

En ik ontdek zo vaak ik dat ik eigenlijk geen plan heb als ik mijn telefoon pakte. Ik pak hem gewoon zomaar. 

Klein, maar effectief

Hardop zeggen wat je van plan bent (of het bewust in je hoofd formuleren) is geen detox en ook geen streng systeem. Ik verbied mezelf niets. Ik zorg er alleen voor dat ik begin met een bedoeling.

Eén zin.
Voordat mijn tijd opgeslokt wordt.

Het helpt me.
Niet omdat ik nooit meer ronddwaal.
Maar omdat ik het liever  zelf kies dan dat het mij kiest.


PS. Als iemand precies weet hoe een "Bijbelse vrouw" met haar smartphone omgaat, hoor ik het graag 😉 Tot die tijd blijf ik oefenen, struikelen en weer opstaan. En deel ik gewoon wat mij helpt.

dinsdag 17 februari 2026

40 dagen vasten? Dat trek ik niet.

Is het echt al weer zo ver? Mijn tijdlijn doet enthousiast mee met #40dagentijd. Ik zie het voorbij komen: Geen Instagram. Geen suiker. Geen koffie (o wow). Allemaal om meer ruimte te maken voor Jezus. Dat vind ik mooi. Ik herken dat verlangen

Meer focus op Hem!
Niet zo vast zitten aan het hier en nu.

Telraam met gekleurde kralen en de tekst “40 dagen vasten, dat trek ik niet

Alleen… zodra ik “40 dagen” hoor, zakt de moed me in de schoenen, want ik ken mezelf. Als ik het doe, dan wordt het een schema. Een project. Ergens rond dag 9 ben ik dan vooral trots dat ik dag 9 gehaald heb. En op dag 13 stop ik er mee.

Maar hé...

Ik neem wèl heel het jaar korte pauzes van social media. Soms kondig ik het aan, meestal niet. Gewoon omdat ik ineens denk: meisje, wat zit je weer eindeloos te scrollen?

Online platforms zijn gewoon gemaakt om je te verslinden. Het lijken net monsters.Vandaar mijn minipauzes: één of twee dagen als mijn aandacht wat meer focus kan gebruiken

40 dagen vasten klinkt indrukwekkend.
Dagelijks bijsturen is een stuk minder zichtbaar.
Misschien zijn die 40 dagen daarom populairder dan dagelijkse bekering.

Ik zit meer aan de kant van doseren en gebed:
“Heere, help mij om hier normaal mee om te gaan.”

Helpt zo’n periode jou echt om je meer op God te richten? Dan moet je het vooral doen.

Misschien ga ik wat vaker schrijven over sociale media.
Tips delen.
En mijn eigen struggles.

Vasten? Daar heb ik eigenlijk geen tips voor.

Wel een linkje van vorig jaar 👇

maandag 29 december 2025

Met Christus het nieuwe jaar in

"Preek" van de Week

Afgelopen zondag hadden wij een getuigenisdienst. Eén van de leden sprak vanuit 2 Korinthe 4:7–11. Hij begon bij het einde van het jaar: terugkijken op wat geweest is en vooruitkijken naar wat komt. Niemand van ons weet wat het nieuwe jaar zal brengen.

Eén ding weten we wel, zei hij: zolang de Heere nog niet is teruggekomen, zullen wij als Gods kinderen toppen en dalen kennen. In ons geloofsleven en in ons persoonlijke leven.

Aarden vaten

Hij las: “Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten.” Die woorden zijn eerlijk. We kunnen verdrukt zijn, om raad verlegen, neergeslagen. Maar de Schrift zegt er telkens bij: “maar niet benauwd… maar niet radeloos… maar niet verlaten… maar niet verloren.”

HIj zei: we kunnen zomaar gebroken worden, lichamelijk of mentaal. Maar in wat wij meemaken is niets zomaar. God laat niets willekeurig toe. In 2 Korinthe 4:10–11 staat twee keer het woord “opdat”: dat wij het sterven van de Heere Jezus in het lichaam omdragen, opdat ook Zijn leven in ons openbaar wordt. 

Christus in het midden

Daarna zei hij: “Ik wil Christus in het midden plaatsen.” Vanuit Hebreeën 12 wees hij erop dat wij alleen de weg kunnen gaan die ons hier is opgelegd, als we ons oog steeds weer op Hem richten. Christus is Zelf die diepe weg gegaan. In Getsemane bad Hij: “Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.” En Hij bleef in gemeenschap met Zijn Vader.

Om mee te nemen

Zo mogen wij het nieuwe jaar ingaan. Niet met zekerheid over wat ons te wachten staat, maar wel met Christus in het midden. En met dat ene woord dat blijft staan, ook wanneer het leven breekbaar voelt: opdat.

Ik vond dit mooi. En bemoedigend ook. Juist omdat ik zelf de afgelopen maanden met deze brief aan de gemeente van Korinthe bezig ben geweest. Dat beeld van die aarden kruiken blijft bij me: breekbaar, eenvoudig… en toch dragen we wat ons gegeven is: Christus Zelf.

---

Op Insta schreef ik er dit over mijn eigen bijbelstudie hierover: 

In Korinthe bewonderde men mensen die indruk maakten — welsprekendheid, traditie, uiterlijke kracht, aanzien.

Paulus had niets van dat alles. Hij schrijft eerlijk:
“En ik was bij u in zwakheid, en in vreze, en in vele beving.” (1 Kor. 2:3)

En opnieuw:
“Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht van God zij, en niet uit ons.” (2 Kor. 4:7)

Dýnamis is geen zachte of symbolische kracht.
Het is Gods eigen werkzame kracht... de kracht die leven geeft, gesloten deuren opent, redt en vertroost. Een kracht die niet afhankelijk is van talent, charisma of succes.

Dat herinnert aan 1 Korinthe 1:27:
“Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen.”

Door heel de Schrift heen werkt God door mensen die zich ontoereikend voelden: Mozes. Gideon. Jeremia. David. Paulus.

Misschien voel jij je vandaag zelf als een aarden vat: breekbaar, moe, niet indrukwekkend, of minder begaafd dan anderen om je heen 🥺

Volgens Paulus is dat geen reden om je terug te trekken. Het is juist de plaats waar Gods kracht zichtbaar kan worden.

💔 Je hoeft niet volmaakt te zijn om Zijn heerlijkheid te dragen. Door de barsten van breekbare klei heen schijnt Zijn licht zo mooi naar buiten. Houd moed.

maandag 8 december 2025

Waarom ik dit kleine gebed ga bidden

"Preek" van de Week

Deze zondag sprak Arco van Doleweerd van SDOK [1] bij ons in de gemeente. Hij nam ons mee naar 2 Timotheüs 1:6–12, waar Paulus zijn jonge medewerker bemoedigt om te blijven getuigen. 

En één ding bleef bij mij hangen.

Arco begon bij vers 6:

“Ik herinner u eraan de genadegave van God aan te wakkeren, die in u is…”

Paulus zegt niet dat Timotheüs sterker moet worden, maar dat hij mag werken met wat er al is. De gave is er, de Geest is er… alleen moet dat vuur opnieuw worden aangeblazen. Aanwakkeren is: ruimte maken voor wat God heeft gegeven.

Daarbij hoort vers 7, dat als een sleutel tussen de regels ligt:

“God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid.”

Angst komt niet van God. Hij geeft kracht om te spreken, liefde om het met bewogenheid te doen en bezonnenheid om wijs te blijven. Discipelschap is leven vanuit de Geest die al in je woont.

Dan komt vers 8:

“Schaam je dan niet voor het getuigenis van onze Heere Jezus…”

Het Griekse woord betekent: je niet terugtrekken, het licht niet bedekken. Arco noemde drie effecten van schaamte:

  • Schaamte bedekt — ze houdt Jezus verborgen.

  • Schaamte blokkeert — als wij zwijgen, stokt het werk dat God door mensen heen wil doen (Rom. 10:14).

  • Schaamte onthult — het laat zien welke angst of waarde op dat moment zwaarder weegt dan Jezus.

Daarna vertelde Arco over vervolgde christenen, niet om ze te idealiseren, maar omdat zij laten zien wat Paulus bedoelt: eenvoud en beschikbaarheid. In landen waar geloven gevaarlijk is, begint de dag vaak met één zin:

“Heere God, wilt U mij vandaag een gelegenheid geven, en de moed om te spreken als die komt.”

En dan wachten ze actief. Niet forceren. Niet zelf op zoek naar gesprekken maar beschikbaar blijven. Hij vertelde daarbij over een Afghaanse christen die op een markt met een onbekende man sprak. Ze dronken thee, en toen zei die man ineens:

“Ik droomde vannacht dat iemand mij vandaag woorden van leven zou geven.”

Dat wás de open deur waarvoor gebeden was. 


Dat is discipelschap: beschikbaar zijn.

Tijdens de preek moest ik denken aan een ander kerkelijk initiatief dat ik ken: een prachtig verzorgd kerstdiner, ingericht als evangelisatieproject. Voor eenzamen. Met kerstballen, wijn, en een prachtig gedekte tafel. Plus het Evangelie op het eind. Maar terwijl ik naar Arco luisterde, dacht ik: het zit dus niet (alleen) in georganiseerde momenten, maar vooral in de kleine openingen die God zelf geeft... vaak midden in een gewone dag.

De preek eindigde bij vers 12:

“Ik schaam mij niet, want ik weet in Wie ik geloofd heb.”

Paulus schaamt zich niet omdat hij Jezus kent, niet alleen met zijn hoofd, maar met zijn hart. Dat is de basis van echte vrijmoedigheid. En Arco herinnerde ons eraan dat Jezus Zich, volgens Hebreeën 2:11, zelfs niet schaamt om óns Zijn broeders en zusters te noemen. Dat geeft ruimte. Dat geeft rust.


✦ Wat ik persoonlijk meenam

Het allermooiste uit de preek was voor mij dat eenvoudige gebed:

“Heere God, wilt U mij vandaag een gelegenheid geven
en de moed om te spreken als die gelegenheid komt.”

Waarom ik dit gebed wil bidden?
Omdat het me bevrijdt van het idee dat ik iets groots moet presteren. Het brengt getuigen terug tot iets kleins: beschikbaar zijn, mijn dag in Gods handen leggen, en Hem vragen om het moment dat Hij geeft.

---

2 Vragen voor jou (en mij natuurlijk)

Vraag 1
Wat zou er gebeuren als je God om één open deur vraagt?
Vraag 2 
Wat in mijn leven fungeert soms als een “korenmaat” — iets dat het licht dat al brandt onzichtbaar maakt?

---

Verdieping op Maandag

Na de spreekbeurt vroeg ik mij af wat Timotheüs precies moest aanwakkeren in 2 Timotheüs 1:6. Ik zocht ernaar. Door terug te lezen zag ik dat het niet om de Geest gaat, maar om de opdracht die hij bij de handoplegging had ontvangen: zijn roeping om te dienen, te onderwijzen en het evangelie te verkondigen.

Jezus’ zegt:“Niemand zet een lamp onder een korenmaat.” Een korenmaat* was een houten of aardewerken bak, groot genoeg om een lamp volledig te bedekken. De vlam bleef wel branden, maar het licht raakte uit beeld. Precies zo werkt schaamte: het dooft je roeping niet, maar het verstopt haar

Aanwakkeren betekent dan eenvoudig dit: ruimte geven aan wat God al in je gelegd heeft, zodat het licht weer zichtbaar mag worden. Laat je niet ontmoedigen. Wat God in je gelegd heeft, mag je echt aanwakkeren.

---

[1] SDOK dient vervolgde christenen over de hele werelden verbindt christenen in Nederland met hen. je kunt meer lezen op de site SDOK - verbonden in vervolging.

* Video over een korenmaat: Ancient Grain Measure

maandag 1 december 2025

Waar komt Advent vandaan?

Ik wilde weten waar Advent vandaan komt. De geschiedenis bleek verrassender dan ik dacht.

Elke december schuift het kerkelijke leven als vanzelf richting Advent. Het lijkt ingebakken in onze manier van geloven. Maar... zodra je de brieven van de apostelen openslaat, valt één ding op: nergens vind je aanwijzingen voor een Adventstijd. Wat predikten de apostelen dan wél, en waarom ontstond Advent pas zoveel later?

Ik zocht het uit. 


1. Wat de apostelen predikten: altijd de volle Christus

In de brieven valt één lijn op: Paulus denkt niet in liturgische seizoenen, maar in een doorlopende bediening. Wanneer hij in Handelingen 20:27 terugblikt op zijn werk, zegt hij: “Ik heb niet nagelaten u te verkondigen al de raad van God.”

Het Griekse woord boule betekent: het hele voornemen, het complete plan van God; niet in stukjes, maar als één geheel.

En in 2 Korintiërs 5 noemt hij zijn werk de “bediening van de verzoening” (diakonia tēs katallagēs): een voortdurende verkondiging van Christus’ komst, Zijn vleeswording, Zijn kruis, Zijn opstanding en Zijn wederkomst, alles samen, alles in één beweging.

De apostelen splitsen de verkondiging van de Christus niet op in maanden.
Ze preken altijd en overal over dit grote wonder.

2. Hoe Advent later ontstaat; positief, pastoraal

Pas in de vierde en vijfde eeuw, zo rond AD 380–450, gebeurt er iets nieuws in de kerk. Niet omdat iemand een “kerkelijk schema” wilde maken, maar omdat de situatie daarom vroeg. De meeste gelovigen konden niet lezen. De Bijbel was niet in handen van gewone mensen. En de kerk groeide in gebieden waar christelijke vorming nauwelijks bestond.

Daarom begonnen enkele bisschoppen in het huidige Frankrijk aan een periode van onderwijs vóór Epifanie (6 januari). Epifanie = het feest van Christus’ verschijning en de doop. Later verschoof deze voorbereiding naar de weken vóór Kerst. Zo ontstond langzaam wat wij Advent noemen.

En eerlijk: dat was in die tijd buitengewoon pastoraal. Advent hielp mensen die geen Bijbel hadden. Het gaf structuur aan hun geloofsleven. Het leidde hen jaar na jaar door het verhaal van Christus geboorte. Het was een soort levende catechismus in een ongeletterde wereld.

Herdelijke zorg dus en (nog) geen systeem.

3. De Reformatie: een discussie begint

Rond de tijd van de Reformatie veranderde er veel. Bijbels werden gedrukt. Mensen leerden lezen. Preken gingen tekst voor tekst door een Bijbelhoofdstuk heen. Geloofskennis groeide en werd persoonlijker.

En daarom onstond er na die tijd in de 16e en 17e eeuw discussies over kerkelijke feestdagen. Men vroeg zich af:

  • Hebben we Advent nog nodig nu gelovigen zelf de Schrift kunnen lezen?
  • Helpt het ons, of beperkt het juist?
  • Doet een maand lang één thema recht aan de volle Christusprediking?
Luther schafte Kerst niet af, al vond hij eigenlijk alleen de zondag Bijbels verplicht; Calvijn, Farel en Viret gingen verder en schaften in Genève wél alle kerkelijke feestdagen af om menselijke instellingen te vermijden, al werden die later door het stadsbestuur opnieuw ingevoerd.

In Nederland zag je dit rond Nadere Reformatie ook terug. De meeste theologen namen een wat meer evenwichtige positie in: advent mocht een plek hebben, maar hoefde net als kerst niet als goddelijke inzetting gezien worden.

Eén Nederlandse predikant wilde wel alle menselijke feestdagen afschaffen. Hij heette Jacobus Koelman en hij had bijzonder veel moeite met de extra kerkelijke feestdagen. Voor hem waren het vooral menselijke toevoegingen, terwijl hij terug wilde naar de eenvoud van de Schrift. Dat zorgde voor steeds meer wrijving en uiteindelijk werd hij uit Sluis verbannen.

Sommige discussies zijn verrassend tijdloos.
Hoe dan ook: het laat zien hoe gevoelig het lag.

4. Waarom roept advent ook nu nog kritische vragen op?

Dat heeft te maken met de versmalling van het Evangelie. Want wat gebeurt er wanneer een hele maand lang vooral één gedeelte uit het leven van de Messias centraal staat? Wanneer december vooral gevuld wordt met geboorte, verwachting en uitzien naar licht in onze duisternis...  Dan verschuift de prediking door het gekozen thema, weg van het kruis, de verzoening, het lijden, de opstanding, en de verbazingwekkende volheid van Christus’ werk. 

Daarnaast gaat 't vandaag allang niet meer alleen om de preek op zondag. In veel gemeenten vult advent bijna alles op het kerkelijk erf.

  • vrouwenverenigingen kiezen Advent-thema’s,
  • jeugd- en bijbelstudiegroepen schuiven hun gebruikelijke onderwerpen opzij,
  • er worden gedichten, adventskalenders en kerstvoorbereidingen gedeeld,
  • in huisgezinnen draait veel rond “toeleven naar Kerst”

Daar zit precies de spanning: de christelijke boodschap wordt hierdoor een stuk smaller, omdat één thema nu eenmaal andere thema’s tijdelijk uitsluit. Het spreken óver Hem raakt opgesplitst door het ritme van de kalender. De apostelen deden dat niet. Zij verkondigden Christus altijd als één geheel; Zijn komst én Zijn kruis, Zijn vernedering én Zijn verhoging... zonder seizoensgrenzen.

Daarom kiezen sommige gelovigen ervoor om geen advent te vieren: niet om eigewijs te doen dus, maar omdat zij dat apostolische patroon zo mooi vinden van "alles over Christus".

5. Rustige middenweg (en een tip)

Zoek je een middenweg? Dan helpt het om na te denken over wat er over het Evangelie in de Bijbel zelf gezegd wordt. Wiersbe wijst erop dat het “het Evangelie van God” heet omdat het van Hem uitgaat en ons tot Hem brengt (Mark. 1:14). Het is “het Evangelie van het Koninkrijk” omdat geloof ons in Zijn heerschappij brengt (Mark. 4:23; Matt. 9:35; 24:14). 

Het is “het Evangelie van Jezus Christus” omdat Hij het hart ervan is; zonder Zijn leven, dood en opstanding zouden we geen goede boodschap hebben (Mark. 1:1).

Paulus noemt het “het Evangelie van de genade van God” (Hand. 20:24), omdat er geen redding mogelijk is zonder genade (Ef. 2:8–9). En de Schrift is helder: er is maar één Evangelie (Gal. 1:1–9), en dat Evangelie draait steeds om Christus en Zijn kruiswerk (1 Kor. 15:1–11).

Precies dát brede, rijke Evangelie is wat de apostelen verkondigden; niet seizoensgebonden (via een kerkelijk jaar), maar het hele jaar door. Je hoeft advent niet af te wijzen, en tegelijk hoef je het ook niet persé helemaal te omarmen. Er is een rustige middenweg: Meebewegen met de adventpreken van je gemeente, luisteren naar wat er gelezen wordt, èn tegelijk in je eigen stille tijd de balans bewaren.

Wanneer je in de kerk over de geboorte van Christus hoort, kun jij thuis over Zijn weg naar Golgotha lezen. En Zijn overwinning op de dood. Etc.

3 tips voor de middenweg

  1. Kies in december een bijbelboek dat breder is dan het adventsthema. Check: de bijbelboek-samenvattingen van Heleen
  2. Gebruik een leesplan in YouVersion, bijvoorbeeld die van Marja: God, een mysterie geopenbaard of 3 jaar in 30 dagen, Jezus leven en missie
  3. Volg een leesplan van Love God Greatly
  4. Luister naar een preek of podcast die níet binnen het decemberkader valt (tips welkom)

Op die manier maak je december niet ‘kerst-proof’, maar ‘evangelie-breed’. 

👉 Leestip: Moet ik advent vieren? (2024)

---

© 2025 Aritha. Alle rechten voorbehouden.

Bronnen

  • Precept Austin. Commentary on Acts 20:17–27.
  • Precept Austin. Commentary on 2 Corinthians 5:18–19.
  • Warren Wiersbe Bible Exposition Commentary – New Testament.
  • Sharper Iron. “Should We Celebrate Advent?”
  • Foundation Worldview. “Should Christians Observe Advent, Lent, and Holy Week?”
  • Lucepedia. Het Epifaniefeest in de vroege kerk
  • Virginia is for Huguenots. Nadere Reformatie Contra Christmas
  • Digibron. Jacobus Koelman
  • Digibron. Viering Christus' geboortedag wordt niet in de Bijbel geboden

maandag 24 november 2025

Maria’s werkwoorden: bewaren en overleggen

Soms lees je iets terug dat je jaren geleden opschreef, en het raakt je opnieuw alsof je het voor het eerst hoort. Dat had ik deze week. Iets in mij verlangde ineens weer naar eenvoud: woorden vasthouden, ze niet laten verdampen, maar ze laten landen. Veel meer tijd nemen om er over na te denken.

Ik bleef steken bij die ene zin in Lukas 2:19:
“Maar Maria bewaarde al deze woorden en overwoog ze in haar hart.”

Er zit zo iets moois in. Maria begint geen systemen, opvattingen of theorieën uit te pluizen.

Ze bewaart.
Ze overweegt.
Laat de woorden rijpen.

👉 Niet snel concluderen, maar tijd nemen om te luisteren.

Soms denk ik dat binnen drie seconden moet weten wat een tekst “me te zeggen heeft”. Maar Maria deed het tegenovergestelde. 

Hoe bewaar je Gods woorden?

Maria deed drie dingen ¹ 

  1. Ze neemt Gods woorden echt serieus.
    Elk woord telt.

  2. Ze legt Gods woorden naast elkaar.
    Als puzzelstukjes, tekst met tekst vergelijken

  3. Ze laat ruimte voor verwondering.
    Niet elke waarheid is in één dag te begrijpen, sommige pas na jaren.

En misschien is dat wel één van de grootste geestelijke lessen uit dit kleine vers:
Je groeit niet door alles te kunnen verklaren, maar door te bewaren.

Uit mijn oude blog

Ik las in een oude blog:

"Afgelopen zondag ging de preek over Jezus als onze grote Hogepriester.
Het raakte me opnieuw: zonder Zijn stem, zonder Zijn nabijheid, zou mijn geloof een lege vorm worden. Misschien netjes, misschien vroom, maar zonder vuur.

Mijn nieuwe gewoonte is dat ik weer aantekeningen maak tijdens de kerkdienst. Op die manier bewaar ik de woorden die ik hoor. Ik neem ze mee naar huis om ze te onderzoeken en te overleggen in mijn hart.

Maria richtte zich helemaal op de woorden, ze hield zich eraan vast. Ze liet niets schieten. Ze overlegde die in haar hart en bracht het ene woord samen bij het andere woord. Zoals met puzzelen: het ene stukje past precies op het andere. De woorden gingen rond in haar hart. Gods Woord was voortdurend bij haar. Dat wil ik ook! Elk woord van God meenemen, aan elkaar verbinden, samenvoegen. In mijn hart sluiten. Opbergen in mijn gedachten."

Misschien is dat wel wat ik opnieuw nodig hebben

Niet nóg meer informatie.
Niet nóg meer duiding.
Niet nóg meer religieuze drukte.

Maar het eenvoudige werk van luisteren.
Van bewaren.
Van overwegen.

Van God de tijd gunnen om Zijn woorden in me te laten wortelen.

🌿📖 Over welk Bijbelgedeelte denk jij de laatste tijd na? 

Mijn eigen kleine woordstudie

¹ In Lukas 2:19 staan twee werkwoorden. Bewaren vertaalt het Griekse συντηρέω (suntēréō), dat  je hier het best kunt begrijpen als: woorden vasthouden zoals je iets kostbaars bewaart; niet laten ontsnappen; bewaren met innerlijke aandacht. Het komt dicht bij het Hebreeuwse šāmar (bewaren, waken, zorgvuldig omgaan met wat God zegt).

Overleggen vertaalt συμβάλλω (symballō), letterlijk: “bij elkaar leggen”, “samenbrengen”. De woorden ordenen, vergelijken, wachten tot er betekenis oplicht. Het os verwant aan het Hebreeuwse hāga (mijmeren, prevelend overdenken) en lêb-denken (met het hart tot inzicht komen).

Samen schetsen deze woorden geen vluchtige emotie, maar een langzaam, aandachtig luisteren: woorden vasthouden, laten rijpen, en zo tot begrip komen, precies zoals geloofsreflectie in het Oude Testament werkt.

Gebruikte bronnen: Logeion, Perseus, Blue Letter Bible, StepBible, BibleHub.

vrijdag 14 november 2025

Een slaperig blog (en een nieuw begin)

Er was eens een blog dat uit zijn dutje wakker schrok en dacht:

O ja… ik besta ook nog.”

Maar zodra het even nadacht, kreeg het prompt hoofdpijn van al die lijstjes over wat vrouwen wel en niet mogen… het tradwife-gedoe.

“Ik heb er geen zin meer in,” dacht het blog. “Ik ben er klaar mee. Dat hoofdstuk is nu afgerond. Ik heb er genoeg over geschreven en sla een andere weg in.”

Gaap, gaap.
“Als de woorden wakker worden, kom ik vanzelf online. Tot gauw.”

En het blog trok het dekentje nog een stukje op. ✨