Ik kreeg een appje:
“De Bruidegom is weggenomen, dus de kerk vast tot Hij terugkomt. Dat staat in Markus 2. Daar ging onze preek over zondag. Van hemelvaart tot wederkomst: een voortdurend vasten.”
Ik schrok.Ik geniet namelijk uitbundig van mijn havermout in de vroege ochtend. En van chips. O ja, en koffie. Van bloemen in de vaas. Van licht dat door het raam valt. Mosjes. Bomen. Lieveheersbeestjes. Mijn man. Mijn kids. Mijn schrijverij. Alles eigenlijk. En midden in dat alledaagse, jubel ik het uit omdat God mijn Vader is en Zijn Geest in mij woont. Ik ontdek zoveel dingen in mijn Bijbel die me verrassen en blij maken. Of stil. Van ontzag.
Maar dat voelt niet als een voortdurend vasten, toch? Betekent Markus 2 echt dat christenen hun hele leven vasten?
Wat staat er echt in Markus 2?
Ik pakte mijn Bijbel erbij. In Markus 2 staat inderdaad:
“Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelve dagen.” *
Ik zocht verder. Ik checkte het Grieks en de context. Vasten betekent gewoon: niet eten. Voedsel laten staan. [1] Geen verborgen laag. Geen geestelijke metafoor. En dat vasten wordt verbonden aan “die dag(en)” ... aan het moment van Zijn wegneming.
Het woord zelf “weggenomen”... in Markus 2 betekent “weggerukt”. Het wijst op de crisis van kruis en graf. Jezus zegt dat zij zullen vasten “in die dag(en)”. En die dagen kwamen ook. De discipelen vluchtten alle kanten op. Petrus verloochende Hem. Maria huilde bij het graf. Ja, daar past vasten bij. En rouw.
Maar daar bleef het niet bij. Jezus stond op. Hij at met hen. Hun verdriet werd vreugde. En met Pinksteren kwam Zijn Geest in hun hart wonen. Dat is geen detail. Dat is de kanteling van het hele verhaal.
Dat appte ik terug.
Je oude natuur doden: dat is voortdurend vasten
Toen appte zij: “Ja, maar het gaat niet om letterlijk niet eten. Het gaat om zelfverloochening. De wereld verzaken. Je oude natuur doden. Dat is het voortdurende vasten.”
😕 Nee, dacht ik. Dat heet heiligmaking. En dat is geen vasten.
Zelfverloochening is bijbels. De oude mens doden ook. Matigheid ook. Maar dat noemt de Schrift geen vasten. Vasten is een concrete daad in een concrete situatie. Het gaat altijd (en alleen) over eten en drinken. Heiligmaking niet. Dat is een levenslange weg in verbondenheid met Christus.
Als je die twee verwisselt, verander je de betekenis van het woord vasten.
Geen permanente vastenstand
Ik liet het verder zo.Maar stiekem was ik blij.
Blij dat vreugde gewoon vreugde mag zijn. En dat blijdschap niet gematigd hoeft te worden. Dat ik intens mag genieten van al het moois om me heen. Van het wonder van het gewone, dat eigenlijk zo bijzonder is.
Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest. Want wie Christus in deze dingen dient, is welbehaaglijk voor God en in achting bij de mensen. Romeinen 14
---
PS
Heiligmaking is echt. Maar het is vrucht van leven in Christus en geen voortdurend vasten. Veranderen kost iets. Zonde loslaten gaat niet vanzelf. Steed maar die strijd. Punt is; die strijd voeren we niet vanuit gemis, en ook niet in een sfeer van permanente onthouding en/of matigheid We voeren hem in verbondenheid met een levende Heere. Zijn Geest woont in ons. Hij helpt, corrigeert, draagt en vernieuwt. Heiligmaking is geen sobere discipline, maar groeien in Hem.
👉 Over wat vasten in de Bijbel eigenlijk betekent, schreef ik eerder al in een andere blog.
* SV (Statenvertaling)
[1] νηστεύω (nēsteuō) Betekenis: vasten, zich onthouden van eten. Het komt van νήστις (nēstis) = iemand die niet gegeten heeft. Dus de basisbetekenis is heel concreet: geen voedsel nemen.








.jpg)

.jpg)








