maandag 16 maart 2026

Maar de mens beproeve zichzelf

Vanuit de kerkbank – 1 Korinthe 11:28

“Maar laat de mens zichzelf beproeven…”


Avondmaalsbekers met wijn en brood klaar voor het Heilig Avondmaal in de kerk

Als ik deze tekst vroeger in de kerkbank hoorde, kreeg ik meteen de zenuwen. Het was weer bijna zover. Bijna avondmaal. Eerst kwam de voorbereidingspreek. Daarna volgde de week van voorbereiding.

In die week ging ik naar binnen kijken. Veel naar binnen kijken. Ik las voorbereidingspreken en spiegelde mezelf steeds aan de weg die God met Zijn volk ging. Ik vastte en ging geen leuke dingen doen. Een verjaardag of een zaterdagavond zei ik af.

En ik onderzocht:

  • Ben ik genoeg aan mijn doodstaat ontdekt?
  • Heb ik mijn zonden wel echt beweend?
  • Had ik Hem lief, of dacht ik dat alleen maar?
  • Was wat ik vanbinnen ervoer door de Geest gewerkt, of ging ik er met een gestolen Jezus vandoor?
  • Bedroog ik mezelf?

De voorbereidingsweek was voor mij een week van zoeken. Bijbel lezen. Bidden. Soms een goede tijd, soms een wanhopige tijd. Gelukkig was het maar vier keer per jaar dat ik zo onder hoogspanning leefde. Ik wilde het Heilig Avondmaal niet ontheiligen door eraan deel te nemen met een onvoorbereid of onoprecht hart.

En daar was die zin weer.

De zin waar vroeger een hele week spanning omheen hing.

Die ene zin

Open Bijbel bij 1 Korinthe 11 met de woorden “Maar de mens beproeve zichzelf” over het avondmaal

Vorig jaar rondde ik mijn woordstudie door de twee brieven van Paulus aan de gemeente van Korinthe af. Toen kwam ik die zin dus opnieuw tegen:

Maar laat de mens zichzelf beproeven…” (1 Korinthe 11:28)

Dat riep herinneringen op aan die tijd. Nu kan ik er soms om glimlachen. Maar het doet me ook pijn, omdat ik toen werkelijk dacht dat dit de manier was waarop een mens zichzelf moest beproeven.

Ik lees deze tekst inmiddels anders.
Ik lees hem in zijn context.

Tijdens die bijbelstudie begon ik me af te vragen wanneer christenen eigenlijk zijn begonnen met een voorbereidingsweek. En waarom. Dat ben ik gaan opzoeken.

Wat was er in Korinthe aan de hand?

In het Nieuwe Testament vond ik in ieder geval geen voorbereidingsweek terug. Paulus schrijft wel over zelfonderzoek... dat staat er echt: “Maar laat de mens zichzelf beproeven…” (1 Korinthe 11:28)

Maar als je het hoofdstuk leest, zie je waar het werkelijk over gaat.

In Korinthe ging het er rommelig aan toe. De rijken hadden overvloed, terwijl armen niets hadden. Sommigen aten hun eigen maaltijd alvast op, terwijl anderen niets hadden.* Daarom schrijft Paulus scherp: “Veracht gij de gemeente Gods?” (1 Korinthe 11:22)

Daar zit het probleem.

De oproep tot zelfonderzoek staat dus midden in een concrete situatie. Paulus roept de gemeente op eerlijk naar zichzelf te kijken: Hoe ga je om met je broeder en zuster?

Waar komt de voorbereidingsweek dan vandaan?

De voorbereidingsweek blijkt veel later ontstaan te zijn.

In de tijd van de Reformatie wilden de reformatoren voorkomen dat mensen gedachteloos aan het avondmaal deelnamen. Daarom werd het zelfonderzoek benadrukt.

Ook in de Heidelbergse Catechismus wordt gesproken over zelfonderzoek vóór het avondmaal. Gelovigen worden opgeroepen hun hart te onderzoeken: of zij hun zonden kennen, hun vertrouwen stellen op Christus en verlangen hun leven te beteren (Heidelbergse Catechismus, zondag 30). In deze kerken groeide daaruit later een traditie: een voorbereidingspreek de zondag ervoor, een week van zelfonderzoek en een nabetrachtingspreek na het avondmaal.

Zo ontstond langzaam de voorbereidingsweek.

En nu lees ik het anders

Soms helpt het om een zin die je al jaren kent opnieuw te lezen. Gewoon in zijn context.

In 1 Korinthe 11 staat het zelfonderzoek namelijk niet als voorwaarde om weg te blijven van het avondmaal. Paulus schrijft het juist met het oog op deelname.

Open Bijbel bij 1 Korinthe 11 met oranje markeerstickers bij de verzen over onwaardig eten en drinken bij het avondmaal

Laat de mens zichzelf beproeven... en zo eten van het brood en drinken uit de beker. Het doel van het zelfonderzoek is dus niet om mensen weg te houden van de tafel van de Heere, maar om hen op een eerlijke manier te laten deelnemen.

Nog iets.

Inmiddels leef ik een jaar mee met een gemeente waar elke zondag het avondmaal wordt gevierd. Dat was even wennen. Maar het heeft ook iets eenvoudigs.

Het brood wordt gebroken. De beker gaat rond.

En telkens hoor je opnieuw waar het om gaat: Jezus Christus, en Dien gekruisigd. Tot Zijn gedachtenis. Er wordt wel iets bij gezegd. Als je de Heere Jezus nog niet kent, neem dan niet deel. En als je in onmin leeft met een broeder of zuster, laat het aan je voorbijgaan en praat er eerst over.

Eigenlijk komt dat dicht bij wat Paulus schrijft. Want in Korinthe ging het juist mis tussen broeders en zusters. Daarom stelt Paulus die indringende vraag: “Veracht gij de gemeente Gods?” (1 Korinthe 11:22)


Extra

Studiepunt 1 – “Laat de mens zichzelf beproeven” (1 Korinthe 11:28)

In het Grieks staat: δοκιμαζέτω δὲ ἄνθρωπος ἑαυτόν (dokimazetō de anthrōpos heauton).

Het werkwoord δοκιμάζω (dokimazō) betekent onderzoeken, toetsen, op de proef stellen. Het woord werd ook gebruikt voor het testen van metalen om te zien of ze echt waren.

De vorm δοκιμαζέτω is een gebiedende wijs: laat de mens zichzelf onderzoeken.

Daarna volgt: καὶ οὕτως ἐκ τοῦ ἄρτου ἐσθιέτω…
Letterlijk: en zo (op die manier) laat hij van het brood eten.

De grammatica is opvallend: het zelfonderzoek staat niet als voorwaarde om niet te eten, maar als oproep om zo te eten van het brood en te drinken van de beker.

Studiepunt 2 – “Veracht gij de gemeente Gods?” (1 Korinthe 11:22)

Het Griekse werkwoord is καταφρονέω (kataphroneō). Dat betekent minachten, neerzien op, gering achten.

Vroege christelijke maaltijd in Korinthe: rijke gelovigen eten terwijl anderen later binnenkomen tijdens de liefdesmaaltijd waar Paulus over schrijft in 1 Korinthe 11.

Paulus verwijt de gemeente dat hun gedrag tijdens de maaltijd de gemeente van God veracht. In de eerste christelijke gemeenten werd on Korinthe het avondmaal gevierd "rond" een gezamenlijke maaltijd van de gemeente. Gelovigen brachten eten en wijn mee en aten samen. In Korinthe ging het daar mis: sommige mensen begonnen alvast met hun eigen maaltijd, terwijl anderen later kwamen (slaven etc) die daardoor weinig of niets hadden. Paulus schrijft zelfs dat de één honger had terwijl de ander dronken werd, zie 1 Korinthe 11:21. Daarom spreekt hij de gemeente scherp aan: zij vernederden elkaar en zo werd de eenheid van de gemeente beschadigd.

Dit gedrag staat haaks op Paulus’ oproep om niet het eigen voordeel te zoeken, maar dat van de ander (1 Korinthe 10:24).

Studiepunt 3 – “Het lichaam onderscheiden” (1 Korinthe 11:29)

In vers 29 staat dat iemand die eet en drinkt zonder het lichaam te onderscheiden zichzelf een oordeel eet en drinkt. Het werkwoord διακρίνω (diakrinō) betekent onderscheiden, het verschil zien, iets goed herkennen.

In de context van 1 Korinthe 11 lijkt Paulus niet alleen te doelen op het brood als symbool van Christus’ lichaam, maar ook op de gemeente als lichaam van Christus. Het avondmaal vieren zonder rekening te houden met elkaar betekent dat men het lichaam niet onderscheidt want wie het avondmaal gebruikt terwijl hij zijn broeder of zuster veracht mist de bedoeling van de maaltijd. 

Bronnen

A Greek–English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature (BDAG)
Blue Letter Bible – Griekse tekst van 1 Korinthe 11
Gordon D. Fee, The First Epistle to the Corinthians

Lees ook: De eerste Avondmaalsgang van een GerGem-meisje (hoe het vroeger ging)

---

⛪📖 PS: Dit jaar ga ik vaker bloggen over dingen die ik ooit in de kerkbank hoorde. Volgende keer: "Hoe is dit, dat u het wildbraad zo haastig hebt gevonden?" 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Loquere cum gratia.
(Spreek met genade)