"Preek" van de Week
Afgelopen zondag hadden wij een getuigenisdienst. Eén van de leden sprak vanuit 2 Korinthe 4:7–11. Hij begon bij het einde van het jaar: terugkijken op wat geweest is en vooruitkijken naar wat komt. Niemand van ons weet wat het nieuwe jaar zal brengen.
Eén ding weten we wel, zei hij: zolang de Heere nog niet is teruggekomen, zullen wij als Gods kinderen toppen en dalen kennen. In ons geloofsleven en in ons persoonlijke leven.
Aarden vatenHij las: “Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten.” Die woorden zijn eerlijk. We kunnen verdrukt zijn, om raad verlegen, neergeslagen. Maar de Schrift zegt er telkens bij: “maar niet benauwd… maar niet radeloos… maar niet verlaten… maar niet verloren.”
HIj zei: we kunnen zomaar gebroken worden, lichamelijk of mentaal. Maar in wat wij meemaken is niets zomaar. God laat niets willekeurig toe. In 2 Korinthe 4:10–11 staat twee keer het woord “opdat”: dat wij het sterven van de Heere Jezus in het lichaam omdragen, opdat ook Zijn leven in ons openbaar wordt.
Christus in het middenDaarna zei hij: “Ik wil Christus in het midden plaatsen.” Vanuit Hebreeën 12 wees hij erop dat wij alleen de weg kunnen gaan die ons hier is opgelegd, als we ons oog steeds weer op Hem richten. Christus is Zelf die diepe weg gegaan. In Getsemane bad Hij: “Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.” En Hij bleef in gemeenschap met Zijn Vader.
Om mee te nemenZo mogen wij het nieuwe jaar ingaan. Niet met zekerheid over wat ons te wachten staat, maar wel met Christus in het midden. En met dat ene woord dat blijft staan, ook wanneer het leven breekbaar voelt: opdat.
Ik vond dit mooi. En bemoedigend ook. Juist omdat ik zelf de afgelopen maanden met deze brief aan de gemeente van Korinthe bezig ben geweest. Dat beeld van die aarden kruiken blijft bij me: breekbaar, eenvoudig… en toch dragen we wat ons gegeven is: Christus Zelf.
---
Op Insta schreef ik er dit over mijn eigen bijbelstudie hierover:


Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Loquere cum gratia.
(Spreek met genade)