Vanuit de kerkbank – Genesis 27
Ik hoor die ene zin nog:
“Duizenden in onze dagen kan de vraag gesteld worden die de oude Izak deed: Hoe is dit, dat u het wildbraad zo haastig hebt gevonden, mijn zoon?”
Ik wist wat ermee bedoeld werd. Dat het niet klopte bij die mensen. Dat hun bekeringsweg te snel was, te oppervakkig. Ze hadden het eerste stuk overgelsagen: dat van de ellende. Hadden ze ooit getreurd over hun zonden. Hoe is het dat u het wildbraad zo haastig hebt gevonden....
Maar wat staat er eigenlijk in de Bijbel?
In Genesis 27 is dat “wildbraad” helemaal geen geestelijk iets. Het is bedrog. Jakob had niets geschoten. Hij had niet gejaagd. Hij deed alsof. En als Isaak vraagt: “Hoe heb je het zo snel gevonden?” dan klopt dat ook niet. Want het was niet gevonden. Het was geregeld.
Hoe dan gebruikt?
Jacob's jacht op het wildbraad wordt geestelijk gemaakt.
Je bent te vroeg tot Jezus gekomen. Je hebt Adam niet geleerd, dus Christus niet begeerd. Je hebt de donder van de wet niet gehoord. Je bent over alles heen gesprongen. Je zult hier nog bedrogen mee uitkomen. Hoe is dit, dat u het wildbraad zo haastig hebt gevonden
Wat zegt de Bijbel over het komen tot Christus?
Niet: wacht tot je alles diep genoeg doorleefd hebt. Ook niet: onderzoek of je wel geschikt bent om te komen. Maar:
“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn.”
Matteüs 11:28
En:
“Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
Johannes 6:37
Een geschiedenis over bewust bedrog wordt gebruikt om te oordelen over de manier (en soms de snelheid) waarin iemand tot Christus komt.
En daarmee wordt iets gesuggereerd wat de tekst zelf niet zegt:
niet alleen: het ging te snel
maar eigenlijk: het zal wel niet echt zijn.
En dat is geen kleine nuance.
---
⛪📖 PS: Dit jaar ga ik vaker bloggen over dingen die ik ooit in de kerkbank hoorde. Dit was er één van.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Loquere cum gratia.
(Spreek met genade)