18 juli 2026

ADHD en Bijbellezen: zo houd je het beter vol (4)

In één van mijn vorige blogs* schreef ik over stille tijd en waarom beginnen bij ADHD soms zo moeilijk is. Aan het eind noemde ik 4 dingen waarop een ADHD-brein sterk reageert.

Vandaag pas ik die 4 toe op één onderdeel van mijn stille tijd: Bijbellezen. Niet alleen op de vraag hoe ik begin, maar vooral op de vraag: hoe houd ik het vol op een manier die bij mijn brein past?

Vrouw zit op een bank en houdt een Bijbel vast

Dit is leuk om te onthouden:

Interesse trekt je aandacht.
Nieuwheid geeft je brein weer een vonkje.
Uitdaging roept het gevoel op: dit kan ik toch ook wel?
Urgentie maakt iets belangrijk voor nu, voor vandaag.

Zie deze vier punten dus niet als regeltjes, maar als dingen om uit te proberen.

1. Interesse

Bij interesse gaat het niet alleen over iets wat je leuk vindt. Het kan ook iets zijn wat je bezighoudt, raakt, irriteert of nieuwsgierig maakt. Misschien blijf je al dagenlang denken aan een tekst die je niet begrijpt. Misschien speelt er iets in je leven waardoor een bepaald Bijbelboek opeens dichtbij komt. Of je leest iets waarvan je denkt: Hè? Waarom staat dit er zo?

Voor een ADHD-brein kan zo’n echte belangstelling veel meer aantrekkingskracht hebben dan: Vandaag moet ik hoofdstuk drie lezen, omdat gisteren hoofdstuk twee aan de beurt was.

Gebruik die interesse. Lees verder, bekijk de context en zoek uit wat er werkelijk staat. Dat is iets anders dan alleen teksten uitkiezen die je prettig vindt. Je gebruikt je nieuwsgierigheid als ingang om beter te luisteren.

2. Nieuwheid

Een bepaalde manier van Bijbellezen kan lang goed gaan. Maar op een dag is het vonkje dat de motor aanzet toch echt verdwenen. Beginnen kost dan weer steeds meer moeite. Kies op dat moment bewust voor afwisseling. Niet met de gedachte: Zie je wel, alweer mislukt. Maar omdat je weet dat een andere aanpak je aandacht opnieuw wakker kan maken.

Ik koos er bijvoorbeeld een tijdlang voor om de Psalmen te lezen. Van nummertje 1 tot 150. Dat bleef maandenlang mijn vaste lijn. Maar de vorm veranderde ik. Soms las ik een week ’s morgens. Een andere periode deed ik het ’s avonds. Ik koos bij verschillende psalmen voor de uitleg van David Guzik via mijn koptelefoon. Dat wisselde ik af met woordstudie en zelf lezen.

Vrouw met roze koptelefoon luistert naar een Bijbeluitleg als onderdeel van haar stille tijd.

Wacht niet totdat je stille tijd helemaal is vastgelopen. Bouw de afwisseling bewust in. Plan per week wat voor vorm je wil.

Voor iemand met ADHD kan afwisseling serieus helpen om het Bijbellezen vol te houden. Daarom koop ik Bijbelstudieboekjes op Vinted, die ik naast het Bijbellezen gebruik. Het ene boekje is verfrissend anders dan het andere. Het helpt me. 

Voor creatievelingen: Soms zit nieuwheid echt in iets heel kleins: een andere pen, nieuwe stickertjes of een ander aantekenschrift. Klinkt simpel, maar voor een ADHD-brein kan juist zoiets verrassend goed werken. Dan krijg je weer zin

3. Uitdaging

Uitdaging is iets anders dan interesse.

Bij interesse denk je: Hier wil ik meer van weten.
Bij uitdaging denk je: Dit vind ik lastig, maar ik ga de uitdaging aan om deze harde noot te kraken.

Misschien sla je een bepaald Bijbelboek meestal over omdat je het ingewikkeld vindt. Misschien raak je de draad kwijt in een brief van Paulus. Of er is een gedeelte waarvan je al jaren denkt: Hier begrijp ik eigenlijk niks van. 

Zo’n hobbel kan sommige ADHD-breinen juist wakker maken. Er valt iets uit te zoeken, een puzzel te leggen. Kies een uitdaging die je net genoeg prikkelt, maar je niet overspoelt.

4. Urgentie

Urgentie maakt iets belangrijk voor nú. Een deadline of duidelijke eindstreep kan een ADHD-brein ineens in beweging brengen.

and met smartphone als voorbeeld van een Bijbelleesplan of Bijbel-app voor mensen met ADHD.

Ik ken ADHD’ers die daarom graag een leesplan in YouVersion volgen. Dag 1, dag 2, dag 3: iedere dag staat er iets klaar en je ziet precies hoe ver je bent. Die duidelijke lijn, plus het bliepje als herinnering op een vast tijdstip, kan een fijne stok achter de deur zijn.

Bij mij werkt dat minder goed. Wanneer ik een dag mis, voelt het al snel alsof ik achterloop. Voor ik het weet ga ik het leesplan juist ontwijken. 

Kijk wat urgentie bij jou doet. Geeft een Bijbelleesplan je het zetje dat je nodig hebt? Gebruik het dan vooral. Maar voel je je er op den duur door alsof je faalt? Dan werkt deze prikkel voor jou misschien minder goed.

Zoek wat bij jouw ADHD-brein past

Er bestaat niet één goede manier van Bijbellezen voor mensen met ADHD.

Test of deze dingen je helpen. En wie weet helpt het ook mensen die door de vele prikkels niet aan Bijbellezen toekomen. Ik vind het leuk om te horen wat voor jou werkt.


Nog een keer mijn korte samenvatting:
  1. Interesse helpt je aansluiten bij wat je aandacht trekt.

  2. Nieuwheid brengt afwisseling wanneer het vonkje verdwijnt.

  3. Uitdaging kan je helpen een moeilijke hobbel aan te gaan.

  4. Urgentie kan een stok achter de deur geven.

Ik hoop dat deze blog je genoeg prikkelt om te onderzoeken wat bij jouw brein past.

___

Bronnen en achtergrond

De vier woorden interesse, nieuwheid, uitdaging en urgentie komen uit een praktisch model over ADHD en motivatie, dat vooral bekend is geworden door psychiater William Dodson. Het is geen officiële wetenschappelijke indeling (!!!), maar een manier om te beschrijven welke prikkels een ADHD-brein soms helpen om in beweging te komen.

De onderstaande Engelstalige links zijn bedoeld als naslagwerk voor wie hier meer over wil lezen.

Meer lezen:

😊 De toepassing op Bijbellezen in deze blog is mijn eigen vertaling naar de praktijk.
___

Fotocredits: alle foto's afkomstig van Pixabay. De eerste twee foto’s zijn met AI aangepast wat betreft het boek en de kleur van bloesje.

30 juni 2026

Bidden met ADHD: 7 tips die kunnen helpen (3)

Eigenlijk stond deze blog niet op de planning. Maar mijn ADHD-brein legde spontaan een verbinding met een oude blog. Onverwachte associatie, haha. Dus voordat ik verderga met mijn serie over ADHD en geloof, en over vier dingen die een ADHD-brein op gang kunnen helpen, eerst even dit tussendoortje. 😊

Lees hem onder het plaatje

Vrouw in een zachtroze blouse die buiten stilstaat voor een rustig moment met God.

Wil je graag bidden, maar merk je dat je gedachten binnen enkele minuten alweer ergens anders zijn?

Dat kan een schuldgevoel geven. Alsof je niet eerbiedig genoeg bent of niet werkelijk wilt bidden. Maar bij ADHD komt afleiding niet alleen van geluiden en bewegende dingen om je heen. Je eigen gedachten kunnen er ook zomaar vandoor gaan. 


Ik vind Psalm 139 zo mooi hierbij:

HEERE, U doorgrondt en kent mij. U kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten.

God weet al hoe mijn gedachten bewegen, voordat ik één woord heb uitgesproken.

1. Probeer je hoofd niet eerst stil te krijgen

Je hoeft niet te wachten tot je hoofd rustig genoeg is om te mogen bidden. Begin midden in de drukte:

Vader, mijn hoofd zit vol. U weet wat er allemaal door mij heen gaat. Help mij om bij U te komen.

Dat is al gebed. Afdwalen betekent trouwens niet dat je hele gebed mislukt is. Zodra je het merkt, keer je gewoon terug. Niet boos op jezelf en ook niet helemaal opnieuw. Gewoon terug.

2. Geef je gebed iets om aan vast te houden

Een open opdracht als ik ga nu bidden kan voor een ADHD-brein behoorlijk groot zijn. Waar begin je? Wie wilde je ook alweer noemen? Wat wilde je vragen?

Gebruik daarom iets tastbaars. Schrijf namen of gebedspunten op. Bid met de woorden van een psalm en leg je Bijbel open op je schoot, tafel, stoelleuning. Gebruik de gebedshand of een andere eenvoudige indeling. Wat ik vroeger deed: ik schreef mijn gebed gebed op.

Zo’n hulpmiddel maakt je gebed niet minder echt. Het voorkomt alleen dat je werkgeheugen van alles tegelijk moet vasthouden.

Vrouw die rustig in een veld staat tijdens een moment van gebed en bezinning.

3. Laat je lichaam gerust meedoen

Bidden hoeft niet altijd stilzittend, met gevouwen handen en gesloten ogen. Ik kan ook bidden tijdens een wandeling, in huis heen en weer lopend of terwijl ik een eenvoudige klus doe. Bewegen kan sommige mensen met ADHD helpen hun aandacht beter te regelen.

Misschien bid jij juist prettiger wanneer je iets in je handen houdt, woorden opschrijft of zachtjes hardop bidt.

Zoek niet naar de houding die het meest geestelijk oogt. Zoek naar de houding waarin je werkelijk met God kunt spreken.

4. Kies een anker in plaats van een perfect rooster

Een vaste tijd kan helpen, maar kan ook steeds mislukken wanneer je dagen niet hetzelfde verlopen.

Koppel je gebed daarom eens aan iets wat toch al gebeurt:

  • na het ontbijt;

  • na je eerste koffie;

  • tijdens je eerste wandeling;

  • wanneer je de hond uitlaat;

  • voordat je je laptop opent;

  • ’s morgens een kort Goedemorgen, Heere-gebed;

  • ’s avonds een langer gebed, waarin je vertelt wat er die dag gebeurd is en wat er in je omgaat

  • na je eerste koffie

Een herinnering op je telefoon kan daarbij helpen. Niet als geestelijke wekker die je streng controleert, maar als vriendelijk seintje: Je wilde bidden. 

Voor mij werkt dat NIET 😎

5. Maak het gebed niet langer dan je aandacht aankan

Een kort gebed is niet minder waard dan twintig minuten waarin je vooral probeert niet af te dwalen.

Vader, help mij.
Geef mij vandaag wijsheid.
Bewaar mijn kind.
Dank U voor deze boom en deze nieuwe morgen.

Korte gebeden door de dag heen kunnen samen een echt gebedsleven vormen.

Gevouwen handen tijdens het bidden met ADHD.

Je mag ook stoppen wanneer je aandacht echt op is. Niet met: Het spijt me dat het weer niet lukt. Maar bijvoorbeeld met: Vader, U weet wat ik nog had willen zeggen. Ik leg het bij U neer.

6. Verminder de prikkels die jou werkelijk storen

Deur dicht. Meldingen uit. Telefoon buiten bereik wanneer die je steeds wegtrekt.

Maar stilte helpt niet iedereen. Sommige mensen concentreren zich juist beter met een zacht, neutraal achtergrondgeluid. Probeer uit wat bij jou gebeurt. Word je rustiger van stilte, of wordt het in je hoofd dan juist drukker?

Er bestaat hierin echt geen heilige ADHD-regel

7. Houd ruimte voor verschillende vormen

De ene dag schrijf ik een gebed op. Een andere dag bid ik tijdens het wandelen. Soms bid ik met een psalm en soms kom ik niet veel verder dan: Vader, help mij.

Ik vind dat niet per se een mislukte gebedsroutine. Bidden met ADHD vraagt niet alleen om discipline. Het vraagt ook dat je leert hoe jouw aandacht, geheugen en lichaam werken. De Heere wacht echt niet tot jij eindelijk een neurotypisch gebed* kunt uitspreken.

Hij kent je zitten en je opstaan.
Hij kent je woorden én alle gedachten die opeens weer weg zijn

___

Neurotypisch betekent: iemand van wie het brein zich en werkt op een manier die binnen de gebruikelijke norm valt, dus zonder bijvoorbeeld ADHD of autisme.

PS Deze blog verscheen oorspronkelijk in 2018 op mijn andere blog. Ik heb hem vandaag bijgewerkt en aangevuld met inzichten die ik de afgelopen jaren over ADHD heb opgedaan.

Fotocredits: Doungtepro, christelijk fotograaf uit Cambodja. Ik heb met behulp van AI alleen de kleuren van het shirtje aangepast.

16 juni 2026

ADHD en discipline: waarom beginnen soms zo moeilijk is (2)

"Stille tijd houden is een kwestie van oefenen. Een vast besluit nemen en beginnen,” las ik in een artikel over stille tijd."

Ik snap die zin. Een christenleven groeit niet vanzelf. Bidden, Bijbellezen, luisteren, volhouden... vraagt om oefening. Maar bij ADHD gaat dat wringen. Een vast besluit nemen is één ding. Beginnen is wat anders.

Vrouw denkt na boven een notitieboekje. Beeld bij een blog over ADHD, motivatie, discipline en beginnen met stille tijd.

“Je moet gewoon meer discipline hebben” klinkt misschien logisch, maar kan technisch nogal plat zijn. Alsof je tegen een auto met startproblemen zegt: “Rijd nou gewoon beter.” Discipline vraagt precies om wat bij ADHD vaak h-a-p-e-r-t: starten, aandacht vasthouden, schakelen, terugkeren en afmaken. 

Daarom kijk ik in deze blog onder de motorkap van ADHD om te begrijpen waarom de motor zo vaak niet aanslaat.

Dopamine: het vonkje om te beginnen

Bij ADHD spelen verschillende hersenprocessen mee. Twee stofjes die vaak genoemd worden zijn dopamine en noradrenaline. Dopamine heeft onder andere te maken met motivatie, beloning en op gang komen. Je kunt het zo zeggen: dopamine helpt je brein om te voelen dat iets de moeite waard is om nú te doen. Niet na nog één kop koffie maar echt nu!

In het beeld van de auto is dopamine het vonkje waardoor de motor aanslaat. Zonder dat vonkje kun je wel weten waar je heen wilt, maar kom je niet zomaar in beweging. Iets kan heel belangrijk voelen bij ADHD... en toch geeft je brein niet genoeg startsignaal om het te gaan doen.

Een kruisje als symbool van geloof. Beeld bij een blog over ADHD en waarom stille tijd soms een open taak voelt.

Stille tijd is een open taak

Bij stille tijd kan dat lastig zijn. Niet omdat ik Gods Woord onbelangrijk vnd, maar omdat stille tijd voor je brein vaak een open taak is. Waar begin je? Wanneer is het genoeg? Lees je één vers of een hoofdstuk? Bid je kort of lang? Schrijf je iets op? En wat doe je als je afdwaalt?

Zo’n open taak kost veel. Er is geen duidelijke startknop, geen deadline, geen directe reactie, geen zichtbaar resultaat. 

Noradrenaline: blijven rijden

Starten? Dat is eigenlijk nog maar één kant van het verhaal. Blijven rijden is er ook nog. Noradrenaline speelt een rol bij alertheid en aandacht vasthouden. Simpel gezegd: het helpt je brein om wakker, gericht en beschikbaar te blijven voor wat je aan het doen bent.

Bij ADHD werkt ook dat systeem vaak minder stabiel. Je kunt dus soms wél beginnen, maar daarna afwalen of ineens iets anders doen. 

Open laptop op een bureau. Illustratie bij ADHD, afdwalen en moeite met aandacht vasthouden tijdens stille tijd.

Executieve functies: overzicht houden

Dan zijn er nog executieve functies. CHADD beschrijft die als hersenfuncties die helpen om te activeren, ordenen en bijsturen. Bij stille tijd gaat het dan vooral om overzicht: wat lees ik, hoe lang, wat laat ik liggen, wanneer stop ik, wat doe ik als ik afdwaal? [1]

Voor iemand met ADHD kan juist dat ordenen veel energie vragen. Dan is stille tijd niet moeilijk omdat Gods Woord minder belangrijk is, maar omdat de vorm te veel open eindjes heeft. 

Wat William Dodson ontdekte

Waar ik bij uitkwam, was het kader dat ADDitude geeft over het interest-based nervous system. Het komt bij  ADHD-psychiater William Dodson vandaan. Het is geen officiële diagnose-definitie van ADHD, maar veel mensen met ADHD herkennen zich erin. Het helpt om te begrijpen waarom 4 dingen (interesse, nieuwheid, uitdaging en urgentie) meer invloed hebben op aandacht en motivatie dan het simpele besef dat iets belangrijk is. [2]

Beeld bij ADHD en stille tijd: ontdekken wat helpt om te beginnen met Bijbellezen en gebed.

Volgende keer: wat helpt de brein

Daar wil ik de volgende keer over door schrijven. Een eerlijke kijk naar wat mijn brein helpt om echt te beginnen met wat ik wil.

---

Hoe denk jij daarover? Is discipline vooral een kwestie van wilskracht, of ook van weten hoe je brein op gang komt?

Eerst deel 1 lezen? Klik hier: ADHD en geloof: als goede bedoelingen vastlopen

[1] About executive function skills
[2] ADHD brain chemistry video

04 juni 2026

ADHD en geloof: als goede bedoelingen vastlopen (1)

Er was eens een oude blogpost over stille tijd. Hij lag ergens onder een digitaal dekentje te slapen. Toen ik hem na jaren teruglas, zuchtte ik. O ja...  En iets later: O wow...

Mijn blog beschreef een heel systeem!

Eerst stil worden. Dan bidden. Dan een hoofdstuk lezen. Rustig natuurlijk. Daarna nog een keer. Twee of drie Bijbelvertalingen gebruiken. Onderstrepen. Verwijsteksten opzoeken. Verklaringen gebruiken. Belangrijke dingen opschrijven in een schriftje. Gebedspunten noteren. En daarna pas aan je dag beginnen.

 

Aquarelillustratie van een vrouw achter een computer met naast haar een groot idea icoon met een getekende brein erin en een spiraalvormige pijl, in roze en beige tinten.

Ik had in het verleden dus een uitgebreid stille-tijd-systeem. 
Nou ja, ik schreef erover en probeerde het uit 😉

Daar doe ik niet flauw over hoor. Dit was gewoon hoe ik het jaren geleden deed. En als het niet lukte, lag dat in mijn ogen aan te weinig structuur. Te weinig discipline. Daar werd ik moedeloos van. Ik haalde de maat niet.

Het systeem was gewoon te groot(s)

Maar nu ik me verdiep in ADHD, kijk ik anders naar mezelf 

ADHD gaat niet alleen over snel afgeleid zijn. Ook niet over gebrek aan discipline. ADHD raakt juist de dingen die nodig zijn om een goed plan goed uit te voeren. Je weet wel: beginnen, kiezen, ordenen, volhouden, en steeds terugkeren als je aandacht afdwaalt.

Dat zijn precies de onderdelen waar mijn prachtige stille-tijd-systeem op leunde. Geen wonder dat mijn brein er zo mee worstelde. Het probleem lag niet aan mijn gebrek aan discipline. Er makeerde ook niets aan  mijn verlangen om met God te leven. Het lag aan het systeem dat ik erom heen had gebouwd.

ADHD en stille tijd

Scroll, scroll, scroll... en je krijgt al snel het idee dat geestelijke groei vooral een kwestie van discipline is. En dat stille tijd bestaat uit vijftien stappen, drie boeken, twee pennen, een schriftje en een gebedslijst.

Maar wat als de vorm jou gewoon niet past? Wat als het hele stille-tijd-systeem te ingewikkeld is voor iemand met ADHD? Te groot. Te veel tegelijk.

Je zoekt één verwijstekst op en eindigt bij een fotoshoot van stille-tijd-spulletjes voor Insta. En gooi je ook nog eens perongeluk je ochtendkoffie om.

Herkenbaar?

Aquarelillustratie van een rommelig bureau met een open Bijbel, een planboekje met lege vakjes, losse papieren, een telefoon, pennen en een omgevallen koffiekopje.

Voor wie dit interessant vindt

Komende zomer schrijf ik hier af en toe iets over stille tijd en kerkgang met ADHD. Ik heb geen groots plan. Gewoon losse stukjes bij iets wat ik zelf aan het uitzoeken ben.

Bijvoorbeeld: waarom werkt discipline bij ADHD zo anders? Kan het op een andere manier? Bij dat laatste wil ik de volgende keer beginnen.

Vind je dit interessant? Blijf me volgen. 🌱

25 mei 2026

Een kleine tussenstop

Zoek je hier blogs over een gestolen Jezus, haastig geschoten wildbraad of Christus onder een deksel? Dan zit je inderdaad ooit op de goede blog.

Ze stonden hier. Maar eind mei heb ik ze teruggezet in concept omdat ze horen bij mijn kerkelijke verleden. Ze krijgen een plek op mijn nieuwe blog, waar ik schrijf over mijn leven binnen de Gereformeerde Gemeente.

Wil je die blogs nog eens herlezen? Dan komen ze te zijner tijd voorbij op GerGem-meisje. Hier gaat het daar niet meer over. De komende tijd schrijf ik over iets anders. 

Wat dat is? Dat blijft nog even een verrassing.

06 maart 2026

Afspraakje met je telefoon

Als ik mijn telefoon zie liggen, denk ik vaak: zal ik... ja of nee. Maar op dat moment heeft mijn brein het eigenlijk al gekozen. Ik ga voor ja... 

Er is een trucje uit de gedragspsychologie om die cirkel te doorbreken, zodat je nee kunt zeggen.
Het verplaats je beslismoment.
 

Dat is dit: Maak elke nieuwe morgen een afspraakje met je telefoon.

Niet: ik ga minder scrollen.
Maar: ik gebruik mijn telefoon alleen op drie momenten per dag.

Bijvoorbeeld:

  • na het ontbijt
  • halverwege de middag
  • ’s avonds na het eten

Buiten die momenten laat je je telefoon met rust. Je kan het natuurlijk uitbreiden naar meer dan 3 momenten. 

Dit gebeurt er in je hoofd: je brein hoeft niet telkens opnieuw te beslissen. De beslissing is namelijk al genomen. In de gedragswetenschap heet dat een implementation intention: een vooraf vastgelegde regel die automatisch gedrag stuurt.  

Ik las dat er mensen waren die merkten dat de drang serieus na een paar dagen al minder wordt, omdat hun brein leert dat er toch geen beloning komt. 

Maar het beginnetje is wel moeilijk.

😅💪Volhouden! 

---

Als iemand precies weet hoe een Bijbelse vrouw met haar smartphone omgaat, hoor ik het graag. Tot die tijd blijf ik oefenen, struikelen en weer opstaan, en deel ik hier af en toe tips die in elk geval een beetje helpen.

03 maart 2026

Heel mijn leven vasten?

Ik kreeg een appje:

De Bruidegom is weggenomen, dus de kerk vast tot Hij terugkomt. Dat staat in Markus 2. Daar ging onze preek over zondag. Van hemelvaart tot wederkomst: een voortdurend vasten.

Ik schrok. 
Want als mijn hele leven vasten is, dan klopt er iets niet.

Havermout op tafel in ochtendlicht – nadenken over vasten in Markus 2

Ik geniet namelijk uitbundig van mijn havermout in de vroege ochtend. En van chips. O ja, en koffie. Van bloemen in de vaas. Van licht dat door het raam valt. Mosjes. Bomen. Lieveheersbeestjes. Mijn man. Mijn kids. Mijn schrijverij. Alles eigenlijk. En midden in dat alledaagse, jubel ik het uit omdat God mijn Vader is en Zijn Geest in mij woont. Ik ontdek zoveel dingen in mijn Bijbel die me verrassen en blij maken. Of stil. Van ontzag.

Maar dat voelt niet als een voortdurend vasten, toch? Betekent Markus 2 echt dat christenen hun hele leven vasten? 

Wat staat er echt in Markus 2?

Ik pakte mijn Bijbel erbij. In Markus 2 staat inderdaad: 

Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelve dagen.” *

Ik zocht verder. Ik checkte het Grieks en de context. Vasten betekent gewoon: niet eten. Voedsel laten staan. [1] Geen verborgen laag. Geen geestelijke metafoor. En dat vasten wordt verbonden aan “die dag(en)” ...  aan het moment van Zijn wegneming. 

Het woord zelf “weggenomen”... in Markus 2 betekent “weggerukt”. Het wijst op de crisis van kruis en graf. Jezus zegt dat zij zullen vasten “in die dag(en)”. En die dagen kwamen ook. De discipelen vluchtten alle kanten op. Petrus verloochende Hem. Maria huilde bij het graf. Ja, daar past vasten bij. En rouw.

Open Bijbel bij Markus 2 – tekst over vasten van de discipelen

Maar daar bleef het niet bij. Jezus stond op. Hij at met hen. Hun verdriet werd vreugde. En met Pinksteren kwam Zijn Geest in hun hart wonen. Dat is geen detail. Dat is de kanteling van het hele verhaal. 

Dat appte ik terug.  

 Je oude natuur doden: dat is voortdurend vasten

Toen appte zij: “Ja, maar het gaat niet om letterlijk niet eten. Het gaat om zelfverloochening. De wereld verzaken. Je oude natuur doden. Dat is het voortdurende vasten.”

😕 Nee, dacht ik. Dat heet heiligmaking. En dat is geen vasten.

Zelfverloochening is bijbels. De oude mens doden ook. Matigheid ook. Maar dat noemt de Schrift geen vasten. Vasten is een concrete daad in een concrete situatie. Het gaat altijd (en alleen) over eten en drinken. Heiligmaking niet. Dat is een levenslange weg in verbondenheid met Christus.

Als je die twee verwisselt, verander je de betekenis van het woord vasten.

Geen permanente vastenstand

Ik liet het verder zo.
Maar stiekem was ik blij.

Meisje in de natuur – vreugde in het gewone leven

Blij dat vreugde gewoon vreugde mag zijn. En dat blijdschap niet gematigd hoeft te worden. Dat ik intens mag genieten van al het moois om me heen. Van het wonder van het gewone, dat eigenlijk zo bijzonder is.

Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest. Want wie Christus in deze dingen dient, is welbehaaglijk voor God en in achting bij de mensen. Romeinen 14

---

PS
Heiligmaking is echt. Maar het is vrucht van leven in Christus en geen voortdurend vasten. Veranderen kost iets. Zonde loslaten gaat niet vanzelf. Steed maar die strijd. Punt is; die strijd voeren we niet vanuit gemis, en ook niet in een sfeer van permanente onthouding en/of matigheid We voeren hem in verbondenheid met een levende Heere. Zijn Geest woont in ons. Hij helpt, corrigeert, draagt en vernieuwt. Heiligmaking is geen sobere discipline, maar groeien in Hem.

👉 Over wat vasten in de Bijbel eigenlijk betekent, schreef ik eerder al in een andere blog.

* SV (Statenvertaling)

[1] νηστεύω (nēsteuō) Betekenis: vasten, zich onthouden van eten. Het komt van νήστις (nēstis) = iemand die niet gegeten heeft. Dus de basisbetekenis is heel concreet: geen voedsel nemen.

24 februari 2026

Eén vraag vóór je je telefoon opent

Wat wilde ik ook alweer doen?

Ik opende een app, klikte ergens op… en een paar minuten later wist ik al niet meer wat mijn plan was.  Ik moest echt diep nadenken om terug te gaan naar wat ik zocht.

In mijn vorige blog schreef ik dat ik vaker iets wil delen over social media en mijn eigen worstelingen. Bij deze. Het gaat over mijn telefoon — en een eenvoudige gewoonte die me helpt mijn aandacht terug te pakken.

Je stapt een ontworpen omgeving binnen

Veel apps die ik dagelijks open, zijn niet neutraal. Ze zijn ontworpen om mijn aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Aandacht heeft economische waarde. Hoe langer ik blijf, hoe meer advertenties ik zie en hoe beter het systeem leert wat mij interesseert. Eindeloos doorscrollen, meldingen en aanbevelingen zijn geen toevallige functies; ze zijn serieus getest op betrokkenheid.

Dat betekent niet dat ik zwak ben (nou ja, wel een beetje), maar het betekent vooral dat het systeem super slim gebouwd is.

Elke keer dat ik mijn telefoon ontgrendel, stap ik een omgeving binnen die geoptimaliseerd is om mij daar te houden.

Een mini pauze om mezelf iets te vragen

Daarom ben ik één eenvoudige gewoonte gaan oefenen. Voordat ik een app open, vraag ik hardop wat ik ga doen. En geef mezelf antwoord.

“Ik beantwoord een bericht.”
“Ik check mijn agenda.”
“Ik zoek iets op Instagram.”

Het klinkt bijna te simpel. Maar door mijn doel uit te spreken, activeer ik de prefrontale cortex. Dat is het deel van je brein dat betrokken is bij plannen en impulscontrole (zie: Erik Master). Met die ene zin haal ik mezelf dus weg uit de automatische piloot. 

En ik ontdek zo vaak ik dat ik eigenlijk geen plan heb als ik mijn telefoon pakte. Ik pak hem gewoon zomaar. 

Klein, maar effectief

Hardop zeggen wat je van plan bent (of het bewust in je hoofd formuleren) is geen detox en ook geen streng systeem. Ik verbied mezelf niets. Ik zorg er alleen voor dat ik begin met een bedoeling.

Eén zin.
Voordat mijn tijd opgeslokt wordt.

Het helpt me.
Niet omdat ik nooit meer ronddwaal.
Maar omdat ik het liever  zelf kies dan dat het mij kiest.


PS. Als iemand precies weet hoe een "Bijbelse vrouw" met haar smartphone omgaat, hoor ik het graag 😉 Tot die tijd blijf ik oefenen, struikelen en weer opstaan. En deel ik gewoon wat mij helpt.

17 februari 2026

40 dagen vasten? Dat trek ik niet.

Is het echt al weer zo ver? Mijn tijdlijn doet enthousiast mee met #40dagentijd. Ik zie het voorbij komen: Geen Instagram. Geen suiker. Geen koffie (o wow). Allemaal om meer ruimte te maken voor Jezus. Dat vind ik mooi. Ik herken dat verlangen

Meer focus op Hem!
Niet zo vast zitten aan het hier en nu.

Telraam met gekleurde kralen en de tekst “40 dagen vasten, dat trek ik niet

Alleen… zodra ik “40 dagen” hoor, zakt de moed me in de schoenen, want ik ken mezelf. Als ik het doe, dan wordt het een schema. Een project. Ergens rond dag 9 ben ik dan vooral trots dat ik dag 9 gehaald heb. En op dag 13 stop ik er mee.

Maar hé...

Ik neem wèl heel het jaar korte pauzes van social media. Soms kondig ik het aan, meestal niet. Gewoon omdat ik ineens denk: meisje, wat zit je weer eindeloos te scrollen?

Online platforms zijn gewoon gemaakt om je te verslinden. Het lijken net monsters.Vandaar mijn minipauzes: één of twee dagen als mijn aandacht wat meer focus kan gebruiken

40 dagen vasten klinkt indrukwekkend.
Dagelijks bijsturen is een stuk minder zichtbaar.
Misschien zijn die 40 dagen daarom populairder dan dagelijkse bekering.

Ik zit meer aan de kant van doseren en gebed:
“Heere, help mij om hier normaal mee om te gaan.”

Helpt zo’n periode jou echt om je meer op God te richten? Dan moet je het vooral doen.

Misschien ga ik wat vaker schrijven over sociale media.
Tips delen.
En mijn eigen struggles.

Vasten? Daar heb ik eigenlijk geen tips voor.

Wel een linkje van vorig jaar 👇

08 december 2025

Waarom ik dit kleine gebed ga bidden

"Preek" van de Week

Deze zondag sprak Arco van Doleweerd van SDOK [1] bij ons in de gemeente. Hij nam ons mee naar 2 Timotheüs 1:6–12, waar Paulus zijn jonge medewerker bemoedigt om te blijven getuigen. 

En één ding bleef bij mij hangen.

Arco begon bij vers 6:

“Ik herinner u eraan de genadegave van God aan te wakkeren, die in u is…”

Paulus zegt niet dat Timotheüs sterker moet worden, maar dat hij mag werken met wat er al is. De gave is er, de Geest is er… alleen moet dat vuur opnieuw worden aangeblazen. Aanwakkeren is: ruimte maken voor wat God heeft gegeven.

Daarbij hoort vers 7, dat als een sleutel tussen de regels ligt:

“God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid.”

Angst komt niet van God. Hij geeft kracht om te spreken, liefde om het met bewogenheid te doen en bezonnenheid om wijs te blijven. Discipelschap is leven vanuit de Geest die al in je woont.

Dan komt vers 8:

“Schaam je dan niet voor het getuigenis van onze Heere Jezus…”

Het Griekse woord betekent: je niet terugtrekken, het licht niet bedekken. Arco noemde drie effecten van schaamte:

  • Schaamte bedekt — ze houdt Jezus verborgen.

  • Schaamte blokkeert — als wij zwijgen, stokt het werk dat God door mensen heen wil doen (Rom. 10:14).

  • Schaamte onthult — het laat zien welke angst of waarde op dat moment zwaarder weegt dan Jezus.

Daarna vertelde Arco over vervolgde christenen, niet om ze te idealiseren, maar omdat zij laten zien wat Paulus bedoelt: eenvoud en beschikbaarheid. In landen waar geloven gevaarlijk is, begint de dag vaak met één zin:

“Heere God, wilt U mij vandaag een gelegenheid geven, en de moed om te spreken als die komt.”

En dan wachten ze actief. Niet forceren. Niet zelf op zoek naar gesprekken maar beschikbaar blijven. Hij vertelde daarbij over een Afghaanse christen die op een markt met een onbekende man sprak. Ze dronken thee, en toen zei die man ineens:

“Ik droomde vannacht dat iemand mij vandaag woorden van leven zou geven.”

Dat wás de open deur waarvoor gebeden was. 


Dat is discipelschap: beschikbaar zijn.

Tijdens de preek moest ik denken aan een ander kerkelijk initiatief dat ik ken: een prachtig verzorgd kerstdiner, ingericht als evangelisatieproject. Voor eenzamen. Met kerstballen, wijn, en een prachtig gedekte tafel. Plus het Evangelie op het eind. Maar terwijl ik naar Arco luisterde, dacht ik: het zit dus niet (alleen) in georganiseerde momenten, maar vooral in de kleine openingen die God zelf geeft... vaak midden in een gewone dag.

De preek eindigde bij vers 12:

“Ik schaam mij niet, want ik weet in Wie ik geloofd heb.”

Paulus schaamt zich niet omdat hij Jezus kent, niet alleen met zijn hoofd, maar met zijn hart. Dat is de basis van echte vrijmoedigheid. En Arco herinnerde ons eraan dat Jezus Zich, volgens Hebreeën 2:11, zelfs niet schaamt om óns Zijn broeders en zusters te noemen. Dat geeft ruimte. Dat geeft rust.


✦ Wat ik persoonlijk meenam

Het allermooiste uit de preek was voor mij dat eenvoudige gebed:

“Heere God, wilt U mij vandaag een gelegenheid geven
en de moed om te spreken als die gelegenheid komt.”

Waarom ik dit gebed wil bidden?
Omdat het me bevrijdt van het idee dat ik iets groots moet presteren. Het brengt getuigen terug tot iets kleins: beschikbaar zijn, mijn dag in Gods handen leggen, en Hem vragen om het moment dat Hij geeft.

---

2 Vragen voor jou (en mij natuurlijk)

Vraag 1
Wat zou er gebeuren als je God om één open deur vraagt?
Vraag 2 
Wat in mijn leven fungeert soms als een “korenmaat” — iets dat het licht dat al brandt onzichtbaar maakt?

---

Verdieping op Maandag

Na de spreekbeurt vroeg ik mij af wat Timotheüs precies moest aanwakkeren in 2 Timotheüs 1:6. Ik zocht ernaar. Door terug te lezen zag ik dat het niet om de Geest gaat, maar om de opdracht die hij bij de handoplegging had ontvangen: zijn roeping om te dienen, te onderwijzen en het evangelie te verkondigen.

Jezus’ zegt:“Niemand zet een lamp onder een korenmaat.” Een korenmaat* was een houten of aardewerken bak, groot genoeg om een lamp volledig te bedekken. De vlam bleef wel branden, maar het licht raakte uit beeld. Precies zo werkt schaamte: het dooft je roeping niet, maar het verstopt haar

Aanwakkeren betekent dan eenvoudig dit: ruimte geven aan wat God al in je gelegd heeft, zodat het licht weer zichtbaar mag worden. Laat je niet ontmoedigen. Wat God in je gelegd heeft, mag je echt aanwakkeren.

---

[1] SDOK dient vervolgde christenen over de hele werelden verbindt christenen in Nederland met hen. je kunt meer lezen op de site SDOK - verbonden in vervolging.

* Video over een korenmaat: Ancient Grain Measure

01 december 2025

Waar komt Advent vandaan?

Ik wilde weten waar Advent vandaan komt. De geschiedenis bleek verrassender dan ik dacht.

Elke december schuift het kerkelijke leven als vanzelf richting Advent. Het lijkt ingebakken in onze manier van geloven. Maar... zodra je de brieven van de apostelen openslaat, valt één ding op: nergens vind je aanwijzingen voor een Adventstijd. Wat predikten de apostelen dan wél, en waarom ontstond Advent pas zoveel later?

Ik zocht het uit. 


1. Wat de apostelen predikten: altijd de volle Christus

In de brieven valt één lijn op: Paulus denkt niet in liturgische seizoenen, maar in een doorlopende bediening. Wanneer hij in Handelingen 20:27 terugblikt op zijn werk, zegt hij: “Ik heb niet nagelaten u te verkondigen al de raad van God.”

Het Griekse woord boule betekent: het hele voornemen, het complete plan van God; niet in stukjes, maar als één geheel.

En in 2 Korintiërs 5 noemt hij zijn werk de “bediening van de verzoening” (diakonia tēs katallagēs): een voortdurende verkondiging van Christus’ komst, Zijn vleeswording, Zijn kruis, Zijn opstanding en Zijn wederkomst, alles samen, alles in één beweging.

De apostelen splitsen de verkondiging van de Christus niet op in maanden.
Ze preken altijd en overal over dit grote wonder.

2. Hoe Advent later ontstaat; positief, pastoraal

Pas in de vierde en vijfde eeuw, zo rond AD 380–450, gebeurt er iets nieuws in de kerk. Niet omdat iemand een “kerkelijk schema” wilde maken, maar omdat de situatie daarom vroeg. De meeste gelovigen konden niet lezen. De Bijbel was niet in handen van gewone mensen. En de kerk groeide in gebieden waar christelijke vorming nauwelijks bestond.

Daarom begonnen enkele bisschoppen in het huidige Frankrijk aan een periode van onderwijs vóór Epifanie (6 januari). Epifanie = het feest van Christus’ verschijning en de doop. Later verschoof deze voorbereiding naar de weken vóór Kerst. Zo ontstond langzaam wat wij Advent noemen.

En eerlijk: dat was in die tijd buitengewoon pastoraal. Advent hielp mensen die geen Bijbel hadden. Het gaf structuur aan hun geloofsleven. Het leidde hen jaar na jaar door het verhaal van Christus geboorte. Het was een soort levende catechismus in een ongeletterde wereld.

Herdelijke zorg dus en (nog) geen systeem.

3. De Reformatie: een discussie begint

Rond de tijd van de Reformatie veranderde er veel. Bijbels werden gedrukt. Mensen leerden lezen. Preken gingen tekst voor tekst door een Bijbelhoofdstuk heen. Geloofskennis groeide en werd persoonlijker.

En daarom onstond er na die tijd in de 16e en 17e eeuw discussies over kerkelijke feestdagen. Men vroeg zich af:

  • Hebben we Advent nog nodig nu gelovigen zelf de Schrift kunnen lezen?
  • Helpt het ons, of beperkt het juist?
  • Doet een maand lang één thema recht aan de volle Christusprediking?
Luther schafte Kerst niet af, al vond hij eigenlijk alleen de zondag Bijbels verplicht; Calvijn, Farel en Viret gingen verder en schaften in Genève wél alle kerkelijke feestdagen af om menselijke instellingen te vermijden, al werden die later door het stadsbestuur opnieuw ingevoerd.

In Nederland zag je dit rond Nadere Reformatie ook terug. De meeste theologen namen een wat meer evenwichtige positie in: advent mocht een plek hebben, maar hoefde net als kerst niet als goddelijke inzetting gezien worden.

Eén Nederlandse predikant wilde wel alle menselijke feestdagen afschaffen. Hij heette Jacobus Koelman en hij had bijzonder veel moeite met de extra kerkelijke feestdagen. Voor hem waren het vooral menselijke toevoegingen, terwijl hij terug wilde naar de eenvoud van de Schrift. Dat zorgde voor steeds meer wrijving en uiteindelijk werd hij uit Sluis verbannen.

Sommige discussies zijn verrassend tijdloos.
Hoe dan ook: het laat zien hoe gevoelig het lag.

4. Waarom roept advent ook nu nog kritische vragen op?

Dat heeft te maken met de versmalling van het Evangelie. Want wat gebeurt er wanneer een hele maand lang vooral één gedeelte uit het leven van de Messias centraal staat? Wanneer december vooral gevuld wordt met geboorte, verwachting en uitzien naar licht in onze duisternis...  Dan verschuift de prediking door het gekozen thema, weg van het kruis, de verzoening, het lijden, de opstanding, en de verbazingwekkende volheid van Christus’ werk. 

Daarnaast gaat 't vandaag allang niet meer alleen om de preek op zondag. In veel gemeenten vult advent bijna alles op het kerkelijk erf.

  • vrouwenverenigingen kiezen Advent-thema’s,
  • jeugd- en bijbelstudiegroepen schuiven hun gebruikelijke onderwerpen opzij,
  • er worden gedichten, adventskalenders en kerstvoorbereidingen gedeeld,
  • in huisgezinnen draait veel rond “toeleven naar Kerst”

Daar zit precies de spanning: de christelijke boodschap wordt hierdoor een stuk smaller, omdat één thema nu eenmaal andere thema’s tijdelijk uitsluit. Het spreken óver Hem raakt opgesplitst door het ritme van de kalender. De apostelen deden dat niet. Zij verkondigden Christus altijd als één geheel; Zijn komst én Zijn kruis, Zijn vernedering én Zijn verhoging... zonder seizoensgrenzen.

Daarom kiezen sommige gelovigen ervoor om geen advent te vieren: niet om eigewijs te doen dus, maar omdat zij dat apostolische patroon zo mooi vinden van "alles over Christus".

5. Rustige middenweg (en een tip)

Zoek je een middenweg? Dan helpt het om na te denken over wat er over het Evangelie in de Bijbel zelf gezegd wordt. Wiersbe wijst erop dat het “het Evangelie van God” heet omdat het van Hem uitgaat en ons tot Hem brengt (Mark. 1:14). Het is “het Evangelie van het Koninkrijk” omdat geloof ons in Zijn heerschappij brengt (Mark. 4:23; Matt. 9:35; 24:14). 

Het is “het Evangelie van Jezus Christus” omdat Hij het hart ervan is; zonder Zijn leven, dood en opstanding zouden we geen goede boodschap hebben (Mark. 1:1).

Paulus noemt het “het Evangelie van de genade van God” (Hand. 20:24), omdat er geen redding mogelijk is zonder genade (Ef. 2:8–9). En de Schrift is helder: er is maar één Evangelie (Gal. 1:1–9), en dat Evangelie draait steeds om Christus en Zijn kruiswerk (1 Kor. 15:1–11).

Precies dát brede, rijke Evangelie is wat de apostelen verkondigden; niet seizoensgebonden (via een kerkelijk jaar), maar het hele jaar door. Je hoeft advent niet af te wijzen, en tegelijk hoef je het ook niet persé helemaal te omarmen. Er is een rustige middenweg: Meebewegen met de adventpreken van je gemeente, luisteren naar wat er gelezen wordt, èn tegelijk in je eigen stille tijd de balans bewaren.

Wanneer je in de kerk over de geboorte van Christus hoort, kun jij thuis over Zijn weg naar Golgotha lezen. En Zijn overwinning op de dood. Etc.

3 tips voor de middenweg

  1. Kies in december een bijbelboek dat breder is dan het adventsthema. Check: de bijbelboek-samenvattingen van Heleen
  2. Gebruik een leesplan in YouVersion, bijvoorbeeld die van Marja: God, een mysterie geopenbaard of 3 jaar in 30 dagen, Jezus leven en missie
  3. Volg een leesplan van Love God Greatly
  4. Luister naar een preek of podcast die níet binnen het decemberkader valt (tips welkom)

Op die manier maak je december niet ‘kerst-proof’, maar ‘evangelie-breed’. 

👉 Leestip: Moet ik advent vieren? (2024)

---

© 2025 Aritha. Alle rechten voorbehouden.

Bronnen

  • Precept Austin. Commentary on Acts 20:17–27.
  • Precept Austin. Commentary on 2 Corinthians 5:18–19.
  • Warren Wiersbe Bible Exposition Commentary – New Testament.
  • Sharper Iron. “Should We Celebrate Advent?”
  • Foundation Worldview. “Should Christians Observe Advent, Lent, and Holy Week?”
  • Lucepedia. Het Epifaniefeest in de vroege kerk
  • Virginia is for Huguenots. Nadere Reformatie Contra Christmas
  • Digibron. Jacobus Koelman
  • Digibron. Viering Christus' geboortedag wordt niet in de Bijbel geboden

24 november 2025

Maria’s werkwoorden: bewaren en overleggen

Soms lees je iets terug dat je jaren geleden opschreef, en het raakt je opnieuw alsof je het voor het eerst hoort. Dat had ik deze week. Iets in mij verlangde ineens weer naar eenvoud: woorden vasthouden, ze niet laten verdampen, maar ze laten landen. Veel meer tijd nemen om er over na te denken.

Ik bleef steken bij die ene zin in Lukas 2:19:
“Maar Maria bewaarde al deze woorden en overwoog ze in haar hart.”

Er zit zo iets moois in. Maria begint geen systemen, opvattingen of theorieën uit te pluizen.

Ze bewaart.
Ze overweegt.
Laat de woorden rijpen.

👉 Niet snel concluderen, maar tijd nemen om te luisteren.

Soms denk ik dat binnen drie seconden moet weten wat een tekst “me te zeggen heeft”. Maar Maria deed het tegenovergestelde. 

Hoe bewaar je Gods woorden?

Maria deed drie dingen ¹ 

  1. Ze neemt Gods woorden echt serieus.
    Elk woord telt.

  2. Ze legt Gods woorden naast elkaar.
    Als puzzelstukjes, tekst met tekst vergelijken

  3. Ze laat ruimte voor verwondering.
    Niet elke waarheid is in één dag te begrijpen, sommige pas na jaren.

En misschien is dat wel één van de grootste geestelijke lessen uit dit kleine vers:
Je groeit niet door alles te kunnen verklaren, maar door te bewaren.

Uit mijn oude blog

Ik las in een oude blog:

"Afgelopen zondag ging de preek over Jezus als onze grote Hogepriester.
Het raakte me opnieuw: zonder Zijn stem, zonder Zijn nabijheid, zou mijn geloof een lege vorm worden. Misschien netjes, misschien vroom, maar zonder vuur.

Mijn nieuwe gewoonte is dat ik weer aantekeningen maak tijdens de kerkdienst. Op die manier bewaar ik de woorden die ik hoor. Ik neem ze mee naar huis om ze te onderzoeken en te overleggen in mijn hart.

Maria richtte zich helemaal op de woorden, ze hield zich eraan vast. Ze liet niets schieten. Ze overlegde die in haar hart en bracht het ene woord samen bij het andere woord. Zoals met puzzelen: het ene stukje past precies op het andere. De woorden gingen rond in haar hart. Gods Woord was voortdurend bij haar. Dat wil ik ook! Elk woord van God meenemen, aan elkaar verbinden, samenvoegen. In mijn hart sluiten. Opbergen in mijn gedachten."

Misschien is dat wel wat ik opnieuw nodig hebben

Niet nóg meer informatie.
Niet nóg meer duiding.
Niet nóg meer religieuze drukte.

Maar het eenvoudige werk van luisteren.
Van bewaren.
Van overwegen.

Van God de tijd gunnen om Zijn woorden in me te laten wortelen.

🌿📖 Over welk Bijbelgedeelte denk jij de laatste tijd na? 

Mijn eigen kleine woordstudie

¹ In Lukas 2:19 staan twee werkwoorden. Bewaren vertaalt het Griekse συντηρέω (suntēréō), dat  je hier het best kunt begrijpen als: woorden vasthouden zoals je iets kostbaars bewaart; niet laten ontsnappen; bewaren met innerlijke aandacht. Het komt dicht bij het Hebreeuwse šāmar (bewaren, waken, zorgvuldig omgaan met wat God zegt).

Overleggen vertaalt συμβάλλω (symballō), letterlijk: “bij elkaar leggen”, “samenbrengen”. De woorden ordenen, vergelijken, wachten tot er betekenis oplicht. Het os verwant aan het Hebreeuwse hāga (mijmeren, prevelend overdenken) en lêb-denken (met het hart tot inzicht komen).

Samen schetsen deze woorden geen vluchtige emotie, maar een langzaam, aandachtig luisteren: woorden vasthouden, laten rijpen, en zo tot begrip komen, precies zoals geloofsreflectie in het Oude Testament werkt.

Gebruikte bronnen: Logeion, Perseus, Blue Letter Bible, StepBible, BibleHub.

14 november 2025

Een slaperig blog (en een nieuw begin)

Er was eens een blog dat uit zijn dutje wakker schrok en dacht:

O ja… ik besta ook nog.”

Maar zodra het even nadacht, kreeg het prompt hoofdpijn van al die lijstjes over wat vrouwen wel en niet mogen… het tradwife-gedoe.

“Ik heb er geen zin meer in,” dacht het blog. “Ik ben er klaar mee. Dat hoofdstuk is nu afgerond. Ik heb er genoeg over geschreven en sla een andere weg in.”

Gaap, gaap.
“Als de woorden wakker worden, kom ik vanzelf online. Tot gauw.”

En het blog trok het dekentje nog een stukje op. ✨

17 oktober 2025

Blog in dromenland

Er was eens een blog. Die was een beetje moe. Het had zoveel woorden gedragen, zoveel gedachten meegesjouwd, dat het op een dag zei: “Weet je wat? Ik doe gewoon even een dutje.”

Niemand maakte zich zorgen, want blogs lopen niet weg als je ze laat slapen. Ze liggen gewoon stilletjes te snurken, totdat er weer een nieuw idee voorbij waait.

En als jij ondertussen een leuk onderwerp weet? Fluister het zachtjes in een commentaartje, zodat het straks iets heeft om over na te denken als ik wakker wordt. 🌙✨

01 oktober 2025

Waar twee of drie bijeen zijn – wat bedoelde Jezus echt?

Door: LOÏS TVERBERG

Ik kreeg pas een vraag over de woorden van Jezus in Mattheüs 18:20: “Want waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.”

Ik bespreek dit vers ook in Zittend aan de voeten van Jezus


De gebruikelijke uitleg

Veel Bijbelgeleerden lezen dit als een belofte dat Jezus aanwezig is wanneer zijn volgelingen samenkomen om te bidden “in zijn naam”. In mijn boek ben ik uitgegaan van die interpretatie en heb ik geschreven over het belang van samenkomen in gemeenschap.

Maar verschillende lezers wezen me erop dat deze woorden van Jezus direct volgen op zijn onderwijs over iemand die tegen je gezondigd heeft (Matteüs 18:15–20). In dat gedeelte gaat het over het meenemen van “één of twee anderen” als getuigen. Daarom vinden sommigen dat Mattheüs 18:20 uitsluitend gelezen moet worden als een uitspraak over getuigen in een juridische situatie, gebaseerd op Deuteronomium 19:15.

Die redenering klinkt logisch, maar ik ben het er niet mee eens.

Opvallende rabbijnse parallellen

De reden? In het bredere Joodse denken bestaan er uitspraken die sterk lijken op wat Jezus zei.

Bijvoorbeeld:

“Wanneer twee mensen samen zitten en woorden van de Thora tussen hen klinken, rust de Goddelijke Aanwezigheid tussen hen.”
— Misjna Avot 3:3

“Wanneer drie aan één tafel eten en daar de woorden van de Thora spreken, is het alsof zij van de tafel van God hebben gegeten.”
— Misjna Avot 3:4

“Wanneer tien mensen samenkomen om te bidden, rust daar de Shekina.”
— Talmoed Sanhedrin 39

“Wanneer drie als rechters zitten, is de Shekina met hen.”
— Talmoed Berachot 6

Let op dat laatste: Gods aanwezigheid is zelfs bij rechtspraak. De andere uitspraken gaan over studie of gebed, maar in de Joodse wereld lopen die twee vaak door elkaar. Oordelen is immers Schriftstudie: je zoekt hoe de Thora toegepast moet worden.

Hoeveel mensen zijn er nodig voor Gods aanwezigheid?

Er bestaat zelfs een langere rabbijnse bespreking:

Rabbi Halafta ben Dosa (~100 n.Chr.) zei dat God aanwezig is bij tien mannen die de Thora bestuderen… en bij vijf… bij drie… bij twee… en zelfs bij één.
— Misjna Avot 3:4–7

Dit is geen technische theologie, maar een aanmoediging om met anderen samen te komen om te bidden, te studeren en te zoeken naar hoe God wil dat we leven.

De kern in al deze uitspraken is de nabijheid van God wanneer zijn volk samenkomt, in gebed, studie, of zelfs in het nemen van moeilijke beslissingen.

Jezus’ woorden passen daar precies bij.

Hoe dit vers teruggrijpt op de Thora

Er is nog een aanwijzing dat Mattheüs 18:20 breder bedoeld is dan alleen “twee of drie getuigen”.

Jezus lijkt namelijk bewust aan te sluiten bij Exodus 20:24: “Op elke plaats waar Ik mijn naam laat gedenken, zal Ik naar u toe komen en u zegenen.”

Hier belooft God zijn aanwezigheid waar men samenkomt “in zijn naam”. Wanneer Jezus zegt: “Waar twee of drie in míjn naam bijeen zijn…”

... dan echoot Hij deze oude belofte, maar Hij plaatst zijn eigen naam in het centrum. Dat betekent dat Hij niet langer verwijst naar de HEER als derde Persoon buiten Hemzelf maar naar Zichzelf als de Aanwezige.

Dat moet voor Jezus’ oorspronkelijke Joodse toehoorders verbluffend zijn geweest.


Een claim op goddelijke aanwezigheid

De rabbijnen spraken over Gods nabijheid. Jezus sprak over zijn eigen aanwezigheid. Dat is een statement van enorme omvang. In de Joodse context klinkt dit als een impliciete claim van identiteit met de God van Israël. Voor christenen is dit vertrouwd, maar in de eerste eeuw moet dit als een donderslag hebben geklonken. 

In het licht van de rabbijnse parallellen wordt Jezus’ uitspraak zelfs nóg opvallender. Hij zet zichzelf neer als Degene die aanwezig is wanneer zijn volgelingen samenkomen om zijn wil te zoeken.

Nog een voorbeeld van zo’n schokkende claim

In Lukas 6:46–49 vertelt Jezus de gelijkenis van het huis op de rots: Wie zijn woorden hoort en doet, is als iemand die een huis op een rots bouwt. Er bestaat een bijna identieke rabbijnse versie, van Elisha ben Abuyah [2]:

De godvrezende mens bouwt zijn leven op de Thora, zoals op een fundament van steen.
— Avot de Rabbi Natan 24:1–2

Abuyah zegt: bouw je leven op de Thora.
Jezus zegt: bouw je leven op mijn woorden.

Wederom: een enorme claim.

Marcus 1:22 zei het al:

“Hij onderwees als iemand met gezag.”

Wie de rabbijnse parallellen kent, hoort hoe radicaal Jezus sprak.


Conclusie

Jezus’ woorden in Mattheüs 18:20 zijn veel meer dan een opmerking over twee of drie getuigen. Ze passen in een Joods patroon waarin Gods aanwezigheid wordt ervaren wanneer mensen samenkomen om te bidden, te leren en te zoeken naar zijn wil.

Maar Jezus gaat verder dan dat.
Hij plaatst zijn eigen naam op de plaats waar alleen de naam van de HEERE hoort.

En daarmee zegt Hij, op een diep Joodse en tegelijk diep schokkende manier: “Waar jullie samenkomen om Mij te zoeken, daar ben Ík.”

Lees ook:
Vrij vertaald (met toestemming) en vereenvoudigd
© 2025 Aritha. Alle rechten voorbehouden.

(Photo – Caleb Oquendo, Paintings by Carl Schleicher – Wikipedia)